Als hoogleraar en psychiater is Dirk De Wachter een specialist inzake geluk. Maar waarin schuilt geluk? Betekent het nu iets anders dan vroeger? En wat kan ons helpen om gelukkig te worden? “Mensen hebben andere mensen nodig om verdriet en problemen de baas te kunnen.”

We ontmoeten Dirk De Wachter in zijn prachtige herenhuis in Antwerpen. Overal hangt er kunst aan de muur en zwerven er boeken rond. Op de platendraaier ligt atonale pianomuziek. De inrichting verraadt de persoonlijkheid van zijn bewoner: erudiet, charmant en geestig.

Professor, zijn we ongelukkiger dan vroeger?
“(Gedecideerd:) Néé. Ik verras u misschien met dat antwoord omdat ik, ten onrechte, vaak als cultuurpessimist wordt afgeschilderd, maar nee, we zijn niet ongelukkiger dan vroeger. Ongeluk is van alle tijden en bovendien mogen we blij zijn dat we al een hele tijd leven zonder al te grote oorlogen, kindersterfte of armoede. Dat was in vroegere tijden weleens anders. Vroeger was het dus niet beter, dat is een illusie. We hebben wel een aantal problemen die ‘anders’ zijn dan vroeger. Vaak gaat dat over zingeving: wat is het leven? Waarom moet ik leven? Hoe moet ik omgaan met tegenslag?”

 

Een goede therapeut maakt zichzelf zo snel mogelijk overbodig

 

Nochtans is die zoektocht naar geluk een ware wedren geworden.
“Dat is zeker zo, je wordt daar bijna ongelukkig van (lacht). Er ligt op jonge mensen een grote druk: om het te maken, om het leuk te hebben, om alles op een rijtje te hebben en als dat niet lukt, wordt dat bijna niet meer verdragen. Moeilijkheden, tekortkomingen, verdriet… Dat heeft geen plaats meer in de normaliteit, in het gewone leven. En die gevoelens worden ook heel erg ‘gepsychiatriseerd’. Men verwacht daarover heel snel een medische diagnose. We kunnen dat zelf geen plaats meer geven. Vroeger maakte dat deel uit van het noodlot, het goddelijke zelfs. Nu niet meer.”

Wordt er te snel naar de spreekkamer van de psychiater getrokken?
“Nee, ik zie niet zozeer mensen die te snel gekomen zijn, maar ik zie wel vaak mensen die eerst eens hadden moeten praten met hun familie, hun vrienden en hun geliefden zodat het niet zo ver gekomen was. Kijk, volgens mij maakt een goede therapeut zichzelf zo vlug mogelijk overbodig. Ik probeer altijd het natuurlijke netwerk van de mensen te activeren: wie is er nog in uw leven? Met wie kunt u praten? Wie ziet u graag? Als u zich eens wat minder voelt, spreek dan af met een vriend of vriendin en praat erover. Niet met uw smartphone of niet via Facebook, maar in ’t echt. En neem elkaar eens vast. Want dat kun je niet op Facebook.”

 

©Nico Van Dam
©Nico Van Dam

Er werden er nog nooit zoveel psychofarmaca voorgeschreven aan jongeren

 

Ondanks alle mogelijkheden tot contact, hebben we minder ‘echt’ contact dan vroeger?
“We zijn collectief ‘ik-kiger’ geworden. Onze tijd is heel erg op onszelf gericht, op onze ontplooiing. ‘Ik’ moet geweldig zijn, het moet zijn zoals wij het willen. Een ander? Die dient om ons te amuseren. We zijn nogal doorgeschoten in het individuele ten nadele van de gemeenschap. Ik zeg niet dat het vroeger beter was, toen we nog met z’n allen rond een kerktoren woonden, maar wie kent er in de stad zijn buren nog? We zijn ergens onderweg de connectie met anderen kwijtgespeeld. En dat hoor ik tegenwoordig toch wel heel vaak in mijn praktijk: ‘Ik heb niemand, ik kan nergens terecht’. En dat is intriest. Een kwart van de jongeren is echt eenzaam.”

Heeft de technologische vooruitgang ons geestelijk armer gemaakt?
“Oh, maar ik ben helemaal niet tegen de smartphone. Mijn zoon zat vorig jaar in Ho Chi Minhstad en het was fantastisch om met hem te skypen. Maar ik was nog blijer toen ik hem na zes maanden daar ben gaan bezoeken en hem eens kon vastpakken. Die nieuwe media zijn prima, zolang ze het ware contact niet in de weg staan. En helaas is dat bij sommigen tegenwoordig wel zo. We hebben elkaar als mensen nodig om ons verdriet en onze problemen de baas te kunnen, maar dan wel ‘in ’t echt’. Niet via een machine. Dat klinkt wollig, misschien zelfs ‘lullig’, maar het is waar.”

Misschien zijn we bang om ons kwetsbaar te tonen?
“Ja, want daar kunnen we op gepakt worden. We moéten succesvol zijn en voortdurend met een glimlach door het leven gaan. Het mag niet geweten zijn dat er misschien iets fout zit. Kijk naar Instagram: meer dan 95 procent van de foto’s zijn toffe foto’s. Iedereen is blij, succesvol en gelukkig. Dat geeft een wereldbeeld waarin mislukking, lastigheid of ‘ambetantigheid’ geen plaats meer hebben. Je wordt gedefriend als je te veel zeurt. Of ze sturen je naar de psychiater voor een pil. Het grote probleem is volgens mij dat we het geluk in het Westen beschouwen als een maakbaar gegeven, als iets koopbaars bijna. Het is iets dat we zelf in de hand hebben, onze eigen verantwoordelijkheid.”

 

Instagram geeft een wereldbeeld waarin mislukking geen plaats meer heeft

 

De samenleving lijkt gelukkig, maar het is dus schijn.
“Dat is de grote paradox. We zien enkel geluk, maar tegelijkertijd is er een enorme wachtlijst voor de psychiatrie en werden er nog nooit zoveel psychofarmaca voorgeschreven: kalmeermiddelen, slaapmiddelen, antidepressiva… Een eindeloze stroom. De langdurige werkonbekwaamheid door psychische redenen neemt elk jaar toe. Dat gaat nu al over 135.000 mensen in België.”

Kan religie ons helpen?
“Of we terug naar de mis moeten (lacht)? Die religieuze context van twee generaties geleden komt niet meer terug. Hoewel er natuurlijk wel sommige mensen zijn die zeggen dat we over twee generaties allemaal islamieten zullen zijn. Er zijn ook quasi-reactionaire bewegingen naar een nieuwe, strenge kerkelijkheid, zoals bijvoorbeeld in sommige delen van de Verenigde Staten. Ik heb geen glazen bol, maar dat is volgens mij niet blijvend. Anderzijds zie ik wel dat het mystieke, het goddelijke, het religieuze, in de niet-godsdienstige betekenis, een belangrijk gegeven is in het menselijk bestaan. En we hebben dat in onze consumerende wereld verdrongen. Je ziet veel mensen die zoekend zijn. Zowel in druggebruik, als in keihard sporten, als in verre reizen, als in Oosterse filosofieën. De mens is in wezen wel een spiritueel wezen. En dat zit met deze tijd gewrongen.”

Wat was u geworden als u geen psychiater was geweest?
“Ik heb heel even overwogen om architect te worden, maar eigenlijk wist ik op mijn 15de al dat ik psychiater zou worden. Ik doe het nog altijd even graag. En eigenlijk kan ik ook niks anders (lacht).”