Ze was ooit Miss België, is nog altijd tv-presentatrice, maar is daarnaast ook een mama van twee zoontjes, Isak (bijna 3) en Thor (5 maanden). Hoe pakt Dina Tersago de opvoeding van haar twee spruiten aan? En wat heeft ze uit haar eigen kindertijd geleerd?

We ontmoeten Dina bij haar thuis waar het een leuke boel is. De tv staat op Kazoom, overal slingert speelgoed rond, Isak sjeest met zijn loopfiets van links naar rechts en Thor ligt gezellig in zijn wiegje te kirren. The kids are alright!  

Dina, hoe heeft het moederschap jou veranderd?
“Goh… Je wordt meteen toch een stuk kwetsbaarder. Je wilt hen voor alles behoeden, beschermen voor alle gevaar, maar dat lukt natuurlijk niet altijd. Isak zit nu ook in zijn terrible two’s. Soms wil hij absoluut niet luisteren en dan gooit hij zich op de grond. En dan word ik daar soms ook wel een beetje onzeker van. Dan denk ik: ligt dat nu aan mij? En hoe doen andere moeders dat? Je probeert dan alle tactieken: boos worden, praten, negeren… Het is altijd een beetje zoeken en organiseren: niks is nog evident met kleine kinderen, samen ontbijten of je ’s morgens snel aankleden bijvoorbeeld (lacht).”

Hoe was je eigen jeugd? 
“Heel leuk. Mijn mama was leerkracht, waardoor ze thuis was als wij thuis waren en ik vond dat eigenlijk wel leuk. Ze was ‘streng, maar rechtvaardig’. Er werden dus wel duidelijke grenzen gesteld, maar binnen die grenzen kon veel. Zo probeer ik het zelf ook te doen, omdat ik vind dat dat wel werkt. Als ze goed luisteren en flink zijn, dan probeer ik dat bijvoorbeeld te belonen door veel met hen mee te spelen: onnozel doen en verkleden en toneeltjes organiseren en zo.”

Mocht je vroeger veel? 
“Ik heb altijd veel hobby’s gehad, ja: naar de jeugdbeweging en gaan dansen. Wij hebben ook héél veel buiten gespeeld. En nu denk ik soms: de ouders vroeger waren daar blijkbaar toch een pak geruster in dan de ouders van nu. Wij sprongen vaak op onze fiets en dan waren wij een hele namiddag weg en pas ’s avonds, tegen dat De Soundmixshow begon, daagden wij terug thuis op (lacht). Of toen ik al wat ouder was, fietste ik soms in het holst van de nacht terug naar huis van een fuif, drie dorpen verder. Nu zijn ouders veel voorzichtiger, heb ik de indruk. Misschien niet ten onrechte, hoor.”

 

Als je al van in je kindertijd met moeilijkheden wordt geconfronteerd, draag je daar als volwassene de gevolgen van.

 

Wist je al vroeg dat je kinderen wilde? 
“Absoluut, op 17, 18 jaar wist ik al dat kinderen een absolute must waren. Wat ik precies voor beroep zou doen of waar ik zou wonen, dat was allemaal nog niet duidelijk, maar die kinderen zouden er komen. Ik heb ooit zelfs gezegd dat ik er voor mijn dertigste wilde krijgen, maar dat is wel niet gelukt. De timing moet natuurlijk ook wel een beetje juist zitten. Ik heb in mijn carrière altijd heel veel mijn eigen zin kunnen doen, met projecten die vooral rond mij draaiden. En kinderen betekent toch vooral: altruïstisch zijn, jezelf een beetje opzij schuiven. En nu was ik daar helemaal klaar voor.”

mijnkind-fotos-1920x1080

Hoe zou je je eigen opvoedingsstijl omschrijven? 
“Het is schipperen tussen vrijheid geven om zelf de dingen te ontdekken en hen proberen te behoeden voor het grootste gevaar. Je moet ze af en toe loslaten, zo leren ze zelf hoe de zaken in mekaar zitten en dat is de beste manier, denk ik. Als je hen constant tegen alles probeert te beschermen, worden ze later ofwel heel bang, ofwel heel roekeloos. Ik heb trouwens ook al geleerd om mijn momenten te kiezen waarop ik dingen verbied. Als je constant op alles ‘nee’ zegt, dan heeft het geen effect meer. Nu spaar ik het op voor de echt belangrijke zaken. Ik probeer dus niet overbezorgd te zijn, maar er moeten wel duidelijke grenzen zijn. Er zijn ook wel een paar zaken waar ik de nadruk op leg: beleefd zijn bijvoorbeeld, of ‘dank u’ zeggen als ze een cadeautje krijgen, of dat er echt geluisterd moet worden op bepaalde momenten.”

 

Kinderen krijgen betekent vooral: altruïstisch zijn, jezelf een beetje opzij schuiven.

 

Is opvoeden iets dat je moet leren? Of zit dat in onze genen? 
“Dat is iets dat mij altijd geïnteresseerd heeft, ik heb ook drie jaar Pedagogische Wetenschappen gestudeerd in Leuven, tot ik Miss België geworden ben. Dat ging dan over hoe je kinderen kunt laten uitgroeien tot fijne volwassenen, maar ook hoe je dat doet met kinderen die een achterstand of een beperking hebben, hoe je hen ondersteunt en opvangt. En je kunt daar heel veel boeken over lezen, maar het is pas als je zelf mama bent, dat je pas weet hoe moeilijk het soms is. Opvoeden is in elk geval geen exacte wetenschap (lacht). Elk kind is ook zo anders, dat het soms trial and error is. Het is vooral een kwestie van zoeken en aftasten en dingen uitproberen, denk ik.”

Zou je die studie ooit nog willen oppikken? 
“Ja, dat zit een beetje in mijn achterhoofd, zeg dus nooit nooit… Ik wist al dat ik zoiets wilde doen van toen ik nog heel jong was. Ik ben altijd wel een beetje een wereldverbeteraar geweest en een ‘geitenwollen sok’. Ik wilde dat iedereen het goed had (lacht). En zeker ook kinderen, omdat die nog zo onschuldig en fragiel zijn. Als je al van in je kindertijd met moeilijkheden wordt geconfronteerd, ben ik ervan overtuigd dat je daar ook als volwassene de gevolgen van draagt. Zoals kinderen op de vlucht bijvoorbeeld, zeker als ze helemaal alleen zijn. De impact daarvan moet gigantisch zijn op hun leven, hoe flexibel ze soms ook kunnen zijn.”

Iets anders: jij hebt ooit live op de radio borstvoeding gegeven. Begreep je de heisa die daar rond gemaakt werd? 
“To-taal niet. Ik vind dat zo normaal en natuurlijk. Nu goed, ’t hangt er ook vanaf hoe je het aanpakt, natuurlijk. Ik ga ook niet in het midden van een restaurant alles open en bloot gooien, dat ook weer niet. Maar meestal ging ik gewoon ergens discreet in een hoekje zitten, met een dekentje over mij en niemand had zelfs door wat ik aan het doen was. Als er dan iemand tegen mij zou zeggen: “Wat ben jij hier aan ’t doen” of “dat kan niet”, dan zou ik toch wel verbouwereerd zijn. Ik heb ooit van een moeder gehoord dat haar gevraagd werd om borstvoeding te gaan geven op het toilet. Dan denk ik: huh? Ga jij misschien graag eten op een toilet?”