De Antwerpse economie staat sterk. Naast de traditionele stuwmotoren zoals de haven en de diamantsector, blaast er sinds enkele jaren ook een stevige innovatieve wind door de stad. “Inzetten op digitale innovatie en circulaire economie is de boodschap”, klinkt het.

De Antwerpse economie staat anno 2016 stevig in haar schoenen. De haven, de retailsector, de chemische industrie en de diamantsector vervullen met succes hun voortrekkersrol. Sinds enkele jaren trekt Antwerpen ook met volle overtuiging de kaart van innovatie. En dat is een weldoordachte keuze. Een studie naar de groeiclusters in de economie bracht begin vorig jaar twee cruciale pijlers aan het licht: digitale innovatie en circulaire economie, ook wel kringloopeconomie genoemd.

Economische motor
“Antwerpen is de economische motor van Vlaanderen”, aldus Guido Muelenaer, manager strategie en innovatie aan het departement business & innovation van de stad Antwerpen. “Maar in de economie mag je nooit op je lauweren rusten. Wat is er nieuw? Hoe kunnen we de sterkhouders ook sterk houden? We mogen absoluut niet achterop geraken. Daarom zetten we nu al jaren sterk in op digitale innovatie en circulaire economie.”

 

Digitale innovatie gaat veel verder dan een paar applicaties op een smartphone Guido Muelenaer

 

Digitaal aan de inhaal
Digitale innovatie heeft, gestuwd door de razendsnelle technologische evolutie, de laatste jaren sterk aan belang gewonnen. “En digitale innovatie gaat veel verder dan een paar applicaties op een smartphone”, vertelt Muelenaer. Het Internet of Things speelt in het bedrijfsleven en de industrie een steeds grotere rol. Apparaten en machines worden met elkaar en met het internet verbonden en worden zo ‘slimme’ apparaten die met elkaar kunnen communiceren en werken. Muelenaer: “Een aantal jaren geleden stonden we in de achterhoede op dat vlak. Brussel en vooral Gent waren de koplopers voor digitale start-ups. Wij hebben die koppositie wat de start-ups betreft, nu overgenomen.

Brownfields opnieuw actief
Naast (digitale) technologie zijn ook ecologie en duurzaamheid onlosmakelijk verbonden met het begrip innovatie. En dan steekt circulaire economie gewillig haar vingertje op. Een perfect voorbeeld daarvan is Blue Gate Antwerp, een eco-effectief bedrijventerrein op amper drie kilometer van de Grote Markt. Muelenaer: “Het vervuilde bedrijventerrein Petroleum Zuid pakken we samen met de steun van Vlaanderen aan. En we spelen volop in op die groeiclusters. Duurzaamheid en innovatie zijn dan ook cruciale voorwaarden om op de site actief te zijn. Net zoals watergebondenheid. Blue Gate Antwerp ligt aan de Schelde en we zullen sterk inzetten op de binnenvaart, die een groot ecologisch voordeel biedt.”

 

De CO2-besparing die gepaard gaat met de warmte-krachtinstallaties, is aanzienlijk Daan Curvers

 

Milieu = eco-driver
Blue Gate is dus een goed voorbeeld van de ecologische weg die Antwerpen is ingeslagen, maar daar blijft het niet bij. De warmte-krachtcentrales die we steeds meer in de Antwerpse, en bij uitbreiding Vlaamse, industrie zien, wekken op een efficiënte manier tegelijkertijd warmte en elektriciteit op. Onder andere BASF, Total en Ineos maken gebruik van de ecologisch zeer gewaardeerde centrales. “En er staan nog enkele grote installaties in de Antwerpse chemie en in en rond de haven opgesteld”, aldus Daan Curvers, directeur van COGEN Vlaanderen. “Milieu is één van de belangrijke drivers achter energie-efficiëntie. De CO2-besparing die gepaard gaat met de warmte-krachtinstallaties, is aanzienlijk. Je verbrandt veel minder aardgas om dezelfde processen draaiende te houden.”

Toegevoegde waarde
De voordelen van sites zoals Blue Gate Antwerp en de verdere opmars van energie-efficiënte centrales zullen ongetwijfeld een positief effect hebben op de Antwerpse economie. “Het is belangrijk dat we een site hebben die een bepaalde aantrekkingskracht heeft”, vertelt Muelenaer. “Onze stuwmotoren moeten we blijven stimuleren, maar we hebben ook innoverende en duurzame plekken nodig. Uitzonderlijke sites zoals Blue Gate Antwerp bieden een toegevoegde waarde. En het slaat aan. Bedrijven beseffen dat ze bepaalde normen moeten halen en moeten bijgevolg steeds minder overtuigd worden van het belang.”