Een vergrijzende bevolking, kosten voor zorg en medische hulp die de pan uit swingen, een ellenlange lijst vacatures die maar moeilijk ingevuld geraken… De zorgsector heeft al wat uitdagingen voor de komende jaren op zijn bord liggen. Wat is de beste manier om daar mee om te gaan en welke oplossingen zijn er? Drie actoren uit het veld geven hun ongezouten mening.
 

Karin Van Mossevelde, directeur Gezondheid & Welzijn van de Socialistische Mutualiteiten

Welke impact heeft de vergrijzing op jouw sector? 
“Al verschillende jaren zien we dat twee fenomenen zich gelijktijdig voordoen: mensen willen steeds langer thuis blijven wonen én ze worden ouder. Die twee trends hebben de werkwijze in de zorgsector complexer gemaakt en vragen ook inspanningen van ons personeel. Dit terwijl het al moeilijk is om verpleegkundigen en gezinshelpers te vinden. Het brengt voor hen een heel nieuwe manier van werken mee, waarin het digitale aspect steeds belangrijker wordt. Binnen vijf à tien jaar hebben we een nieuwe generatie, die opgegroeid is met tablets en ze helemaal aanvaarden. Het ideaalbeeld van ‘het woonzorgcentrum aan huis’ zal dan stilaan realiteit worden. Wel mogen we het persoonlijke contact niet uit het oog verliezen.”

Hoe is jouw sector geëvolueerd en wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?
“De grote uitdaging wordt het vinden van personeel dat de digitalisering mee kan dragen. Al onze mensen moeten met elkaar in verbinding staan, bijvoorbeeld om dossiers te kunnen uitwisselen. Dit niet alleen bij zorgpersoneel, maar ook bij pakweg kraamhulp of poetsvrouwen. Dit komt dan nog bovenop het feit dat het sowieso moeilijker wordt om mensen aan te trekken. De arbeidsmarkt krimpt. Ik denk dat we dit ook over de zuilen heen moeten aanpakken en moeten samenwerken. Die wil is er, en er wordt over dit soort zaken nagedacht, maar we moeten snel handelen, de tijd dringt. Dat is trouwens ook mijn oproep aan de overheid en de regering: ze kent onze problemen, ze willen er iets aan doen, maar het gaat toch vaak traag.”

Er is een trend om zo lang mogelijk thuis te wonen. Hoe moet dat gebeuren?
“Onze Zorgcentrale Z-Plus speelt hierop in door innovatieve, digitale oplossingen te ontwikkelen om mensen zo lang mogelijk thuis te houden. We steunen daarvoor op drie pijlers. De eerste is alarmering. Dat gaat verder dan de bekende knop om de hals om hulp op te roepen. Wij willen evolueren naar sensoren als life companions, die ook mobiel kunnen worden ingezet wanneer mensen aan het wandelen of winkelen zijn en met artificiële intelligentie zijn uitgerust. De tweede pijler is ‘zorg op afstand’. Er wordt dan bijvoorbeeld een tablet ingezet om diabetici te begeleiden zodat de verpleegkundige niet elke dag moet langskomen. De derde pijler is ‘meten’. In de toekomst zal alles opgemeten worden (hartslag, bloeddruk…) en automatisch geïnterpreteerd worden.”
 

Marc Dierick, directeur woonzorgcentrum Molenstee in Kampenhout

Welke impact heeft de vergrijzing op jouw sector? 
“De aard van de zorg is veranderd. Wij zien de laatste jaren twee fenomenen. Het eerste is dat mensen meteen een veel complexere zorg nodig hebben als ze bij ons terechtkomen. Ze komen dan vaak uit een thuissituatie die bijna niet meer te dragen was voor de familie of de mantelzorger. Vroeger ging het vaker zo: iemand was pakweg 80 jaar oud, ging naar het rusthuis omdat hij alleen was komen te staan en nood had aan sociaal contact. En daar had hij of zij gaandeweg meer zorg nodig. Nu krijgen we mensen over de vloer die meteen een rolstoel nodig hebben of bedlegerig zijn. Het tweede fenomeen is de stijging van het aantal mensen met dementie. Wat de zorgvraag natuurlijk ook meteen complexer maakt.”

Hoe is jouw sector geëvolueerd en wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?
“De grote uitdaging voor ons wordt het bieden van een menselijk antwoord op die complexere zorgvraag waar ik het over had. Het verblijf in een rusthuis wordt steeds korter. Wij willen dat goed doen. Zodat mensen hun gewoonten kunnen behouden, zodat ze zich goed voelen en zelfredzaam blijven. Er wordt nog teveel over ‘zorg’ gepraat en te weinig over ‘leven’. Je levert mensen in een rusthuis een aantal uren per dag zorg, maar al de rest is ‘leven’. Daar zou ook meer aandacht naar mogen gaan, vind ik. Het zorgaspect en de verpleging zijn natuurlijk zeer belangrijke aspecten en onze verplegers doen daar een prachtige job, maar zij hebben meestal de tijd niet om dat stukje ‘leven’ in te vullen.”

Er is een trend om zo lang mogelijk thuis te wonen. Hoe moet dat gebeuren?
“Ik begrijp heel goed dat veel mensen graag zo lang mogelijk thuis blijven, maar het spijtige daarvan is dat de groep die wél naar een zorgcentrum wil komen, omdat ze bijvoorbeeld alleenstaand en eenzaam zijn, nu wat uit de boot vallen. Die focus op zorg in onze centra is een beetje te dominant geworden. Er zou ook gerust weer wat meer aandacht mogen zijn voor animatie- en ontspanningsmogelijkheden. Kijk, ik zit al 30 jaar in dit vak en ik heb al tientallen gevallen gezien waarvan ik denk: hier is men te laat mee naar ons gekomen, het is hier ergens fout gegaan. En dat is vooral een evolutie van de laatste jaren. Het zo lang mogelijk thuisblijven is prima, zolang het maar menselijk en doenbaar blijft.”
 

Lucien Speeckaert, voorzitter  van de Vlaamse Beroepsvereniging Zelfstandige Verpleegkundigen

Welke impact heeft de vergrijzing op jouw sector? 
“De sector thuisverpleging was goed voor ruim 1,4 miljard euro of 6 procent van het totale RIZIV-budget. Uit RIZIV-cijfers blijkt dat 79,7 procent van dit budget naar de leeftijdsgroep 65-plus gaat. 52 procent van deze uitgaven betreft 80-plus. Het aandeel 80-plussers neemt de afgelopen jaren toe. Tussen 1991 en 2016 is de totale bevolking in België met dertien procent gestegen. Het aandeel 65-plussers steeg van iets meer dan vijftien naar ruim achtien procent. Tegen 2041 is er een bevolkingstoename met tien procent en dan zal het aandeel 65-plussers al bijna een kwart van de totale bevolking vertegenwoordigen. Ook de toename van patiënten met chronische aandoeningen, die ruimer zijn dan alleen maar de vergrijzing, neem spectaculair toe en weegt op het budget.”

Hoe is jouw sector geëvolueerd en wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?
“De uitdaging ligt in de eerste plaats bij de overheden van dit land. Wil men vanuit de eerste lijn de zorg blijven organiseren, dan kan dat alleen maar met de nodige budgetten. De staatshervormingen hebben alles hopeloos ingewikkeld gemaakt omdat programmatie van bedden en voorzieningen afhangen van de gemeenschappen en alles wat met gezondheidszorg te maken heeft federale materie is. De gebrekkige financiering van de zorg en welzijnssector, maakt ook dat steeds vaker gebruik wordt gemaakt van het budget van de sector thuisverpleging. De zorgen bij bewoners van serviceflats en assistentiewoningen komen eveneens ten laste van dit budget, hoewel het vaak de woonzorgcentra zijn die deze organiseren en uitbaten.”

Er is een trend om zo lang mogelijk thuis te wonen. Hoe moet dat gebeuren?
“Wij steunen volledig het idee om mensen zo lang mogelijk thuis te houden. Herstel en behoud kan nergens beter dan thuis of in een vervangende thuissituatie. Niet alleen voldoende middelen zullen de kans op welslagen garanderen. Ook de ondersteuning van de mantelzorg, de uitbouw van buurtzorg, mobiele consultatiemogelijkheden… moeten meer aandacht krijgen. Competente zorgverleners, multidisciplinaire samenwerking en de patiënt centraal, zijn drie basisvoorwaarden voor een kwalitatieve en veilige zorgverlening. Daarenboven komt de afbouw van de bedden en de verkorting van de ligdagduur in de ziekenhuizen: het zijn de thuisverpleegkundigen die deze zorg voor een groot deel op zich nemen.”