De komende decennia zullen er steeds meer mensen in steden gaan wonen. Ook in ons land lijkt de stadsvlucht stilstaan gestopt. Zijn we klaar om die nieuwe inwoners in aangename steden te verwelkomen? Of wordt dit een urbane catastrofe?

Tegen 2050 zal zowat 66 procent van de totale wereldbevolking in steden wonen, schat de VN. In 2014 was dat ‘slechts’ 54 procent, in 1950 maar 30 procent. Ook in België groeit de bevolking in de steden aan. “We hangen nog altijd een beetje vast aan de verkavelingsdrift, maar het is, godzijdank, al veel minder dan vroeger”, zegt Leo Van Broeck, de Vlaamse Bouwmeester. “De grote misvatting was dat de verkaveling lang een exponent was van ‘landelijk’ wonen. Dat klopt totaal niet. Dorpen vroeger waren compacte mini-steden met rijwoningen. Landelijk wonen respecteerde toen het land. Dat kun je van een verkaveling moeilijk beweren.”

 

Van de grauwe binnenstad van Mechelen is haast niks meer te merken – Maarten Van Acker

MS_1216-010

Passiefwoning = rijhuis
Zeker vanuit ecologisch standpunt (en met een explosieve aangroei van de wereldbevolking) moet je de stad als woonvorm naar voren schuiven. Van Broeck: “Een sub-urbane passiefwoning heeft eigenlijk dezelfde voetafdruk als een negentiende-eeuws rijhuis. Door alle verplaatsingen die de bewoners moeten doen, door de nutsvoorzieningen die speciaal moeten aangelegd worden, door de tijd die ze in de file staan enzoverder.”

21.000 mensen/vierkante kilometer
Dat onze steden al overvol zitten, spreekt Van Broeck ook tegen. Er is nog plaats genoeg. “Brussel heeft een dichtheid van zowat 7.000 mensen per vierkante kilometer. In Parijs is dat ongeveer 21.000 mensen. Die dichtheid kan bij ons dus nog een stuk omhoog. Meer nog: die moet omhoog. De globalisering is niet tegen te houden, wat sommigen ook mogen beweren. De toekomst zal stedelijk zijn of zal niet zijn.”

 

Villa’s niet meer verantwoord
Ook professor Maarten Van Acker van de Onderzoeksgroep voor Stadsontwikkeling van de Universiteit Antwerpen toont zich een voorstander van het wonen in de stad. “Het villaatje in het groen is voor de meeste mensen niet meer haalbaar”, zegt hij. “De ruimte is op en eigenlijk zijn dat soort woonvormen maatschappelijk totaal niet meer verantwoord.”

 

Mensen hebben geen zin meer in files en het gras afrijden, ze willen tijd met kinderen en partner doorbrengen, in de stad kan dat – Leo Van Broeck

 

Betaalbare metamorfose
De nieuwe bewoners van de stad zijn momenteel vooral migranten en ouderen wiens kinderen het huis uit zijn. Zij kiezen voor het gemak van de stad en de nabijheid van cultuur en ontspanning. Bij jonge gezinnen met kinderen is er nog steeds de neiging om de stad de rug toe te keren. “Toch gaat het goed met de steden”, zegt Van Acker. “Sinds 2000 is er enorm geïnvesteerd en hebben veel steden een echte gedaanteverwisseling ondergaan. Denk aan Gent en Antwerpen, maar bijvoorbeeld ook aan Mechelen. Van de wat grauwe, vervallen binnenstad van vroeger is daar niks meer te merken. De grote uitdaging is nu om die steden ook betaalbaar te houden.”

Van binnenstad naar voorsteden
De stadsvernieuwingen concentreerden zich tot nog toe dan ook vooral op de oude binnenkern van de steden, zoals het Gentse Rabot of het Antwerpse Schipperskwartier. Van Acker: “In een tweede fase is het zaak om de volgende gordel aan te pakken: de voorsteden. Gelukkig zijn niet alleen de meeste politici overtuigd van het nut om onze steden te renoveren, ook een nieuwe generatie ontwikkelaars heeft daar wel oren naar. Zij voelen ook dat er vraag is naar collectieve woonvormen.”

 

In een stad is het belangrijk dat verkeerstromen goed draaien, met de zelfrijdende auto en de e-bikes zijn daar nu spannende ontwikkelingen bezig – Maarten Van Acker

 

 

Mobiliteit & ecologie = aangename stad
Blijft natuurlijk de vraag, wat maakt nu eigenlijk een behaaglijke stad? “Dat is een vraag waar onze studenten twee jaar over nadenken”, lacht Van Acker. “Maar als ik er twee zaken mag uitpikken: mobiliteit en ecologie. De verkeersstromen moeten goed draaien en het moet gemakkelijk zijn om je te verplaatsen.” De huidige ontwikkelingen inzake de zelfrijdende auto en e-bikes beloven nog spannende tijden.”

Open ruimtes tegen hitte
Wat ecologie betreft, zijn het de parken en rivieren die de stad aangenaam maken. Het zijn dan ook de longen van de stad en ze zorgen voor ontspanning. Van Acker: “Open ruimte zorgt er ook voor dat het hitte-effect in de stad afgezwakt wordt. Denk bijvoorbeeld ook aan alle rivieren die terug opengegooid worden. Dat gebeurt echt niet zomaar.”

Stad als ideaal
De opkomst van de stad zal dus ongetwijfeld doorzetten. Van Broeck: “Mensen hebben geen zin meer in files of het gras afrijden, ze willen meer tijd met hun kinderen en partner doorbrengen. In de stad kan dat. Meer stad en meer geconcentreerd wonen betekent ook meer natuur errond. Geef het twee generaties en de stad is weer het ideaal.”