Meer produceren, maar minder druk uitoefenen op mens, dier en milieu, dat houdt de term duurzaamheid in. En ja, ook de Belgische boeren liggen er wakker van. Welke hindernissen komen ze onderweg tegen?

Kiplekker
Kipster is een boerderij zoals je er nog nooit een zag. Met zonnepanelen, gigantische dakramen én een binnentuin voorzien van bomen en struiken ‘waar kippen naar hartenlust kunnen scharrelen en spelen’, aldus de website. De lucht die de stal uit gaat, wordt gezuiverd van fijn stof. En het voer voor de 24.000 legkippen is afkomstig van reststromen zoals oud brood, zonnebloemschroot…

Lof oogsten
Voor die vernieuwende aanpak oogsten boer Styn Claessens en zijn collega’s veel lof. ‘Het verschil met de reguliere pluimveehouderij is dat bij Kipster niet de kostprijs leidend is, maar wel het dierenwelzijn, de volksgezondheid en het milieu’, klinkt het in Vrij Nederland. Om die reden wordt de boerderij uit Nederlands Limburg ook wel ‘de stal van de toekomst’ genoemd, en ‘een voorbeeld van duurzame landbouw’. Landbouweconoom Erik Mathijs, KU Leuven, vroeger betrokken bij het Steunpunt Duurzame Landbouw van de Vlaamse overheid, begrijpt waarom: “Duurzaamheid gaat net over economische oplossingen zoeken met respect voor sociale en ecologische grenzen, over rendabel zijn én je impact op mens en milieu verkleinen.”

Stabilisering in vooruitgang
In hoeverre Vlaamse boeren daarin slagen, vragen we aan Bart Merckaert, persverantwoordelijke van het Departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse overheid. Hij verwijst onder meer naar het LARA-rapport van 2016, dat verbeterde waarden laat zien voor de uitstoot van zeer fijn stof, het gebruik van fosfor en kalium in kunstmest en de milieu-impact van gewasbestrijdingsmiddelen. “Het klopt dat de landbouw er op sommige parameters sterk op vooruit is gegaan”, reageert Mathijs. “Maar intussen zijn we op een punt gekomen dat het stabiliseert. Om nog meer winst te boeken, zijn grotere ingrepen nodig.”

 

We willen het buikgevoel van de boer uitdagen op zoek naar meer efficiëntie Peter Rakers

 

Meer met minder
Als geheel is de landbouw in Vlaanderen de voorbije decennia sterk veranderd. Heel wat kleine boeren hebben er de brui aan gegeven – in 2015 waren er 30 procent minder dan in 2005. Anderen kozen voor specialisatie en schaalvergroting. Door meer van hetzelfde te produceren, kunnen ze immers de kosten drukken en slagen ze er beter in hun bedrijf rendabel te maken. “En ook dat heeft met duurzaamheid te maken”, reageert Merckaert. “Want hoe beter het financieel gaat, hoe meer ruimte er is om in het sociale en het ecologische te investeren. Ook zijn sommige ecologische investeringen pas economisch haalbaar als er meer specialisatie is.” Professor Mathijs haalt er de veeboeren bij als voorbeeld. Zij staan al jaren onder druk en overleven grotendeels door subsidies. “Dat komt omdat het aanbod groter is dan de vraag. Het vleesverbruik en de prijzen dalen, waardoor de opbrengst voor de boeren daalt en er weinig geld is om nieuwe technieken te implementeren.”

Veel vernieuwingen
Dat er nochtans veel vernieuwingen zijn, zagen we begin december nog op Agribex in Brussel. Varkensboeren konden er onder meer kennismaken met de nieuwe generatie hoestmonitors. Via die geluidstechnologie kunnen ze vroegtijdig ademhalingsziektes bij hun dieren opsporen en op maat laten behandelen, wat op zijn beurt het antibioticagebruik vermindert. In de akkerbouw is het uitkijken naar de komst van drones en andere GPS-gestuurde toestellen. Daarmee kunnen boeren vanop afstand hun velden opvolgen.

Duurzaamheidsbewustzijn bij consument
Een andere belangrijke schakel in de transitie is de consument zelf. Aangezien er vanaf 2020 minder Europese landbouwsubsidies zullen zijn, zal het geld voor innovatie meer uit de markt zelf moeten komen. Vraag is of de consument bereid is om een hogere prijs neer te leggen. Het jongste imago-onderzoek van VILT en UGent laat voorlopig nog een grote kloof zien. Voor de Vlaming blijkt de prijs een belangrijke beslissingsfactor voor de aankoop van voeding. Minder dan in het verleden is hij bereid om meer te betalen voor milieu- en diervriendelijkere producten. “Het duurzaamheidsbewustzijn bij de consument moet duidelijk nog groeien”, besluit Mathijs. “Misschien is dat zelfs de grootste uitdaging.”