Bij zowel IT’ers als planologen en architecten staan weinig onderwerpen zo in de belangstelling als de ‘smart city’. Maar wat is een smart city eigenlijk? Wanneer mogen we ze verwachten? En waar staan we in België? “We moeten een versnelling hoger schakelen, anders worden we genadeloos voorbijgestoken.

Het grootste deel van de wereldbevolking woont in een stad en dat aantal zal alleen maar toenemen. Voor de fikse uitdagingen die dit mee zich meebrengt (mobiliteit, veiligheid, energie en afvalbeleid…) zien veel urbanisten heil in de smart city. Wat die smart cities nu precies zijn, laat zich niet zomaar in twee zinnen samenvatten. De vlag dekt vele ladingen. Het gaat, kort samengevat, om steden waarbij een intelligent netwerk zo veel mogelijk verschillende aspecten van de stad met elkaar verbindt. Aspecten, zoals verkeer, gebouwen, waterhuishouding, medische infrastructuur, veiligheidscamera’s, energievoorziening, onderwijsinstellingen… met elkaar verbindt en op elkaar laat inwerken.

Relevante antwoorden
“Een smart city is eigenlijk heel veel dingen tegelijk”, zegt professor Pieter Ballon (VUB), auteur van het boek Smart Cities. “Vergelijk het met een slimme persoon. Stel die een vraag en hij zal, met de informatie die hij heeft, relevant antwoorden. Een slimme stad doet dat ook. Ze zal heel veel informatie verzamelen, de juiste informatie filteren en, na een correcte analyse, betere beslissingen kunnen nemen.”

 

Er is nog veel gebrek aan daadkracht, de politiek durft geen keuzes maken – Frank Butstraen

 

Hypen, hypen
Dankzij sensortechnieken, data analytics en de cloud kunnen we dit proces op het niveau van de stad en haar inwoners brengen. “Datatechnologie kan ons meer greep geven op de problemen van de stad”, stelt Ballon. “Maar we moeten de impact ervan grondig nagaan, want het toepassen van datatechnologie zal voor een zeer diepe omwenteling zorgen in een echte, fysieke context. Hypen is de slechtste manier om dit te implementeren.”

Inhaalmanoeuvres in België
Tot nog toe waren het vooral steden als Parijs, Londen en Barcelona die de schaalgrootte hebben om innovatieve projecten en bedrijven aan te trekken voor smart city-initiatieven. Toch hoeven wij in België niet vals bescheiden te zijn. Ballon: “Gent loopt met zijn open data initiative waarschijnlijk voor, maar in Genk, Kortrijk en Mechelen gebeurt ook van alles, vooral onder impuls van enthousiaste burgemeesters.” Ook in grote steden als Brussel en Antwerpen zien we een duidelijke inhaalbeweging en worden ambitieuze projecten uitgerold.

België = een stad
Waar we in België vooral waakzaam voor moeten zijn, is dat we onze inspanningen niet fragmenteren en dat we samenwerken. De onderliggende infrastructuur moet compatibel zijn. Ballon: “Als je de OESO-definitie hanteert, is Vlaanderen, een groot deel van Wallonië en Brussel eigenlijk één grote stad. We moeten dus zoveel mogelijk silo’s afbreken en informatie uitwisselen. Het is toch te gek dat elke stad in België een aparte parkeer-app zou ontwikkelen.”

 

Gent loopt voorop, maar ook in Genk, Kortrijk en Mechelen gebeurt vanalles – Pieter Ballon

 

Technologische push vs. behoeften
Dat is een stelling die ook Frank Butstraen onderschrijft, directeur van Futurocité. Deze denktank van de Waalse overheid probeert in samenwerking met bedrijven als IBM en Microsoft van smart cities een realiteit te maken in het zuiden van ons land. “Er is in Wallonië veel overleg en er zijn veel plannen, maar de concrete uitwerking verloopt nog moeizaam”, zegt hij. “De kerktorenmentaliteit speelt ons parten. Er is nog te veel gebrek aan daadkracht, de politiek durft geen keuzes te maken. Er wordt ook te vaak vanuit een technologische push geredeneerd in plaats van uit de reële behoeften van de burger.”

Voor een algemeen kader
In Vlaanderen en Brussel gaat een en ander een stuk sneller, met bijvoorbeeld de invoering van het LoRa-netwerk (voor Internet of Things-toepassingen) en de grotere bereidheid om data open te stellen voor derden. Butstraen: “Al is in Vlaanderen ook niet alles zaligmakend. Ook daar zie ik nog te veel individuele initiatieven, zonder algemeen kader. Ik blijf optimist, maar we moeten echt een versnelling hoger schakelen, anders riskeren we genadeloos voorbijgestoken te worden.”