Hoe ouder we worden, hoe groter de kans dat we één of meerdere chronische aandoeningen ontwikkelen. De vergrijzing brengt met andere woorden een stevige uitdaging met zich mee. Want hoe kunnen we dezelfde zorgkwaliteit garanderen als er meer chronisch zieken zijn?

Iets meer dan één op de vier Belgen ouder dan vijftien jaar geeft aan dat ie aan een chronische aandoening lijdt. Hoe ouder, hoe meer mensen zichzelf als langdurig ziek bestempelen. Bij de 75-plussers is het zelfs bijna de helft. “Wellicht zijn die cijfers nog een onderschatting”, vertelt Johan Van der Heyden van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV), dat elke vijf jaar een nationale Gezondheidsenquête afneemt bij 10.000 Belgen. De laatste bevraging dateert van 2013. “De cijfers berusten op zelfrapportage. Mensen die een hoge bloeddruk of diabetes hebben en daar geen dagelijkse hinder van ondervinden, zullen zichzelf misschien niet chronisch ziek noemen terwijl dat wel degelijk het geval is.”

 

 Wie een hoge bloeddruk heeft en daar geen dagelijkse hinder van ondervindt, zal zich niet chronisch ziek noemen – Johan Van Der Heyden

 

Opmars van chronische ziektes
Hoewel het totale aantal chronisch zieken tussen 1997 en 2013 min of meer stabiel is gebleven – met zelfs een lichte daling in 2013 – zijn enkele aandoeningen duidelijk aan een opmars bezig. De stijging van onder meer hoge bloeddruk, diabetes, artrose en schildklierlijden heeft enerzijds te maken met de toegenomen levensverwachting en de vergrijzing, maar anderzijds ook met een ongunstige levensstijl, zoals overmatig alcoholgebruik, te veel suikers in de voeding, een gebrekkige lichaamsbeweging, roken….

Groeiende gezondheidskloof
Om het aantal chronisch zieken naar beneden te krijgen, zijn het die risicofactoren waar het beleid op zal moeten werken. Makkelijk is dat niet. Vooral de meest kwetsbare groep, de laaggeschoolden, blijkt bij gezondheidscampagnes moeilijk te bereiken. Van der Heyden: “Hooggeschoolden, die de maatregelen het minst nodig hebben, voelen zich er het meest door aangesproken. De gezondheidskloof tussen laag- en hooggeschoolden wordt daardoor groter.”

Meer dan één ziekte
Op de langere termijn verwacht Van der Heyden dat we als samenleving sowieso meer met chronische aandoeningen zullen moeten leren leven. “Vroeger stierven mensen aan infectieziekten. Nu we die onder controle krijgen, komen er andere, meer chronische kwalen in de plaats. Bepaalde vormen van kanker bijvoorbeeld evolueren in die richting.” Het aantal mensen met meer dan één chronische aandoening zit vandaag al in de lift. Bij de 65-plussers gaat het om 36,1 procent, of bijna zes procentpunten meer dan bij de rondvraag in 2008.

 

Als zorginstanties en hulpverleners beter samenwerken, zullen we de risicogroepen beter kunnen opvolgen en ziektes kunnen voorkomen – Bart Beernaert

 

Betere samenwerking, betere opvolging
Voor de zorgsector betekent die stijging een grote uitdaging. Want hoe zullen ziekenhuizen, woonzorgcentra, thuiszorgorganisatie en andere zorgverstrekkers de kwaliteit van de zorg kunnen blijven garanderen als er zoveel chronisch zieken bijkomen? Een deel van het antwoord zit volgens Bart Beernaert van OCMW-vereniging W13 al in de vraag: “Door al die zorginstellingen en hulpverleners beter te laten samenwerken, zouden we in staat moeten zijn om de risicogroepen beter op te volgen en ziektes te voorkomen of op zijn minst uit te stellen.”

Vroeger in actie
Sinds juni experimenteren twintig pilootprojecten met wat minister van Volksgezondheid Maggie De Block ‘geïntegreerde zorg’ noemt. Beernaert coördineert het pilootproject De Brug, dat een zestigtal organisaties in de zorgregio Kortrijk-Menen samenbrengt. “We zitten nog in de conceptuele fase, maar de bedoeling is dat we een oriënteringstool ontwikkelen waarmee we vlot zorgtrajecten op maat kunnen uitstippelen.” Aan de hand van een vragenlijst zullen zorgverleners de actuele toestand van de patiënt kunnen inschatten, achterhalen waar de specifieke risico’s zitten en een actieplan maken om te verhinderen dat er zwaardere zorg nodig wordt. Beernaert: “Idealiter hebben we een zorgplan klaar nog voor de patiënt in het ziekenhuis belandt. Heel anders dan vandaag, want nu schieten we vaak pas in actie wanneer de nood al té hoog is.”

Tools voor empowerment
Met die insteek komt het project ook tegemoet aan de vraag van chronisch zieken om de regie van de zorg meer in eigen handen te krijgen. Omdat ze met zoveel zorgverleners en -organisaties in contact komen, raken velen het overzicht kwijt en hebben ze het gevoel dat het allemaal boven hun hoofden gebeurt en beslist wordt. “Onze tools moeten helpen om hen te empoweren”, besluit Beernaert.