Elke dag verschijnt er wel ergens een berichtje over een baanbrekend wetenschappelijk onderzoek. Goed nieuws natuurlijk, al is een portie realisme op zijn plaats. Veel van die ontdekkingen zullen immers niet tot een medicijn leiden. En lukt het wel, dan is het meestal pas vijftien jaar later.

Net voor de zomer maakten wetenschappers van KU Leuven en VIB bekend dat ze het mechanisme achter de ziekte van Alzheimer verder hebben kunnen ontrafelen. Dat eiwitophopingen (of plaques) in de hersenen aan de basis liggen, wisten ze al langer. Nu hebben ze ook gevonden hoe die tot stand komen.

Deur naar geneesmiddelen
De oorzaak zou liggen bij een verzwakte interactie tussen het zogenaamde gamma secretase-enzym en de amyloïde-eiwitten in de hersenen, een ontdekking die de deur naar nieuwe geneesmiddelen opent. Of toch de kans daartoe. Want voor het zover is, is nog jarenlang ontwikkeling en onderzoek nodig. Bovendien is het lang niet zeker of farmabedrijven zullen slagen.

 

Ik ken fantastische wetenschappers die al 30 jaar in het labo staan, maar toch nog nooit een launch to market meemaakten Bernd Vergouwen

 

Per toeval geneesmiddel
Het is een ervaring waar Bernd Vergouwen over kan meespreken. De medicinaal chemicus leidt een team projectmanagers bij farmabedrijf Alcami Corporation in Weert en werkte eerder zelf in het labo. Daar stond hij mee aan de wieg van een nieuwe behandeling voor HIV-patiënten. Een toevalstreffer, zegt hij nu: “Evengoed kon ons onderzoek toen tot niets hebben geleid. Dat is in deze sector eerder regel dan uitzondering. Ik ken fantastische wetenschappers die al dertig jaar in het labo staan, maar toch nog nooit een launch to market van een molecule meemaakten.”

Neveneffect stopt ontwikkelingsproces
Hoe het komt dat beloftevolle molecules uiteindelijk toch niet tot een nieuw geneesmiddel leiden? Het antwoord is met twee woorden samen te vatten: veiligheid en kwaliteit. Tussen de ontdekking van een molecule en de ontwikkeling van een medicijn zit minstens vijftien jaar onderzoek – en een budget van circa één miljard dollar. Als er in die tijd ook maar één negatieve indicatie of neveneffect opduikt, stopt het hele ontwikkelingsproces en is alle moeite, tijd en geld verloren geweest. Zelfs tot in de laatste fase van de ontwikkeling kan dat gebeuren.

Selectie voor toxicity study
“Het is wel zo dat de kans op falen kleiner wordt naarmate het onderzoek in een latere fase komt”, vertelt Vergouwen. “De meeste moleculen die farmabedrijven ontwikkelen, vallen af nog voor het onderzoek goed en wel uit de startblokken schiet. Van die duizenden moleculen zijn er slechts een paar honderd die geselecteerd worden voor een toxicity study.” In die eerste ontwikkelingsfase gaan de wetenschappers via dierproeven na hoe toxisch de nieuwe molecule is, hoe het dier op de stof reageert en waar de molecule precies in het lichaam terecht is gekomen of hoe ze afgebroken wordt. Pas wanneer alle resultaten gunstig zijn en ook de ethische commissie en de Food & Drug Administration hun zegen hebben gegeven – we zijn dan soms al een paar jaar verder – , start de klinische fase van het onderzoek, bij mensen.

©iStock
©iStock

Van de 100 moleculen die de toxicity study halen, zullen er uiteindelijk slechts 2 tot 5 naar de laatste ontwikkelingsfase doorstoten Bernd Vergouwen

 

Eerste tests op gezonde vrijwilligers
De eerste klinische tests voeren de onderzoekers bij gezonde vrijwilligers uit. Ze volgen van nabij hoe die vrijwilligers de medicatie verdragen, of er bijwerkingen optreden en hoe de stoffen uiteindelijk weer worden uitgescheiden. Diezelfde vragen komen terug wanneer ze in de klinische fase twee de medicijnen aan een groep van tien tot honderd patiënten geven. In die fase moet ook blijken of de ziekte onder invloed van de medicatie positief evolueert. Is er verbetering voor de patiënt merkbaar? Is het antwoord ja, dan breiden de tests in een volgende fase uit naar enkele duizenden patiënten wereldwijd.

Uiteindelijk gecommercialiseerd
“Van de honderd moleculen die de toxicity study haalden, zullen er slechts twee tot vijf in deze fase raken”, vertelt Vergouwen. “En het is pas als die resultaten allemaal positief zijn – en ook zo door de ethische commissie en de FDA worden beoordeeld – dat het farmabedrijf in kwestie aan de commercialisatie van het medicijn kan beginnen te werken. Vijftien à twintig jaar later dus.”

Het doel = levens redden
De targets waar farmaceutische en biotechbedrijven vandaag het meest op werken, zijn kanker en cardiovasculaire aandoeningen. Ook bij Alcami Corporation, dat voornamelijk in opdracht van farma- en biotechbedrijven werkt, is dat zo. Jaarlijks is het betrokken bij de ontwikkeling van dertig à veertig mogelijke medicijnen. Vergouwen: “Of die het zullen halen, weten we niet. De ene dag kan het er goed uitzien, de volgende dag kan het zijn dat je moet stoppen. Dat is het lastige aan ons werk. Maar het helpt wel als je voor ogen houdt dat je met je onderzoek levens kunt redden, misschien zelfs van je eigen familie.”