Zoals zoveel andere beroepen voelt ook de advocatuur de hete adem van de digitale disruptie in haar nek blazen. Tegelijkertijd kiezen meer jongeren dan ooit voor een rechtenstudie. Wim Dejonghe, senior partner van het internationale advocatenbureau Allen & Overy, geeft zijn visie op de uitdagingen waar het advocatenberoep voor staat.

Een van de machtigste Belgen in The City, wordt hij ook weleens genoemd. Oostduinkerkenaar Wim Dejonghe (56) heeft dan ook niet de eerste de beste job. Hij is senior partner van het Britse advocatenkantoor Allen & Overy, dat deel uitmaakt van de zogenaamde Golden Circle. Dejonghe staat daarmee aan het hoofd van zo’n 5.400 mensen, waarvan 3.000 advocaten. Zijn officiële standplaats is Londen, maar hij hotst voortdurend de wereld af naar een van de vierenveertig kantoren van Allen & Overy wereldwijd. Bij een korte stop in Antwerpen, had hij gelukkig ook even tijd voor onze vragen.

U bent medio jaren tachtig in de advocatuur begonnen. Hoe is het vak sindsdien veranderd? 
“Toen ik begon werd net de eerste fax geïnstalleerd op kantoor. Dat was toen ook geen persoonlijke fax, hoor, die stond aan de receptie (lacht). We hadden toen ook hopen typistes die met carbonpapier aan de slag waren. En als een advies dringend naar een klant moest, was dat drie dagen onderweg met de post. Het was van de balie toen ook nog verboden om meer dan een kantoor te hebben. Het waren heel andere tijden. Ik herinner mij bijvoorbeeld ook nog de eerste tekstverwerkers met schermpjes van één regel, een ongelooflijke innovatie was dat (lacht). En daarna is dat plots heel snel veranderd, door de technologie, maar ook door de mondialisering
en de EU-regelgeving.”

En het beroep op zich, hoe is dat geëvolueerd? 
“De advocatuur was lang een héél traditioneel vrij beroep. Met de komst van een paar Amerikaanse kantoren in Brussel en het partnership-model, is dat doorbroken. En dat heeft ook een enorme specialiseringsgolf meegebracht. Vroeger kon elke advocaat bij wijze van spreken alles. Van echtscheidingen tot overnames. Maar doordat er zoveel wetten en regels bijkwamen, begon men zich steeds meer te specialiseren. Dat is maar normaal. Het menselijk brein kan die toevloed van wetten niet meer op zijn eentje behappen. Tegelijk werd ook de markt en de klant almaar gesofisticeerder. Alles zelf oplossen, hoefde niet meer. Je had dus andere profielen van advocaten nodig naargelang de zaken die je afhandelde. Want beursoperaties begeleiden, is iets heel anders dan arbeidscontracten negotiëren of huurovereenkomsten opstellen.”

 

©Thomas Schurmans
©Thomas Schurmans

Als je jurist bent én je kunt coderen, dan is je broodje gebakken

 

Een Gents kantoor lanceerde onlangs de eerste juridische ‘chatbot’. Ziet u dat als een bedreiging? 
“Nee, integendeel, dat is een goed initiatief. De juridische sector is altijd vrij traag en conservatief geweest, dus het is goed dat men daar mee bezig is. De advocatuur is decennialang op zijn klassiek model blijven teren, tot in 2007-2008, toen de financiële crisis toesloeg. Sindsdien is het evenwicht tussen vraag en aanbod veranderd. Tot dan groeide de markt met tien of twaalf procent per jaar. Om zelf te groeien, moest je gewoon zien dat je aan de vraag kon beantwoorden. In de jaren negentig probeerden de Big Four al eens, tevergeefs, in de juridische markt door te breken, maar na 2008 zie je commerciële privébedrijven opduiken, die juridisch advies geven en die dat dankzij technologie efficiënter en goedkoper doen. Toen had je dus zowel een stilgevallen groei als buitenlandse spelers die aan de onderkant van de markt begonnen te knabbelen. En dan heeft men wel gereageerd. Wij ook trouwens.”

Hoe? 
“Bijvoorbeeld door AOSphere. Dat is een soort betaal-app, waarmee we gestart zijn om juridische vragen, die zeer vaak terugkomen, te standaardiseren. Eén voorbeeld: als je aandelen koopt of verkoopt, heb je meldingsplicht onder de fiscale wetgeving, de vennootschapswetgeving, de beurswetgeving soms ook.

 

Tot aan de financiële crisis, bleef de advocatuur op zijn traditionele model teren

 

Als je in 40, 50 of meer jurisdicties werkt, dan ben je al snel bezig met 100 of 200 van die meldingen op te maken voor elke transactie. Je kunt je voorstellen wat dat betekent voor een financieel fonds dat elke dag honderden transacties doet. Wel, aan de hand van een paar vragen die je moet invullen, stuurt onze app zelf automatisch die documenten door of print ze af. Natuurlijk telkens conform de laatste nieuwe wetten. Zo hebben we nu elf van dat soort producten.”

Jullie hebben de middelen om zo’n app te ontwikkelen, maar wat kan een kleinere, provinciale advocaat doen? 
“Ik denk dat er voor hem ook opportuniteiten zijn. Ook hij heeft werk dat vaak terugkomt en dat hij zo efficiënter en met minder kosten kan afhandelen. Het heeft ook geen zin om dit soort vooruitgang te willen tegenhouden. Die komt er sowieso. Je kunt dus maar beter vooraan in het peloton zitten. Kijk, wij zijn een zeer groot, internationaal kantoor dat vooral ingewikkelde transacties aankan. Dat betekent dat wij ons vooral richten op grote, internationale bedrijven. Maar dat is natuurlijk lang niet de volledige markt. Als je een efficiënt, gespecialiseerd kantoor vormt, dat zich richt op pakweg invorderingen, dan is daar absoluut een markt voor. Alleen die oude aanpak van alles te weten over alles, dat is gedaan.”

 

Ik herinner mij nog de eerste tekstverwerkers met schermpjes van één regel, een ongelooflijke innovatie was dat

 

De aula’s van de rechtenopleidingen zitten tegenwoordig eivol. Zal er voor al die jongens en meisjes plaats zijn? 
“Die gaan niet allemaal in de advocatuur belanden. Er gaan er ook veel naar het bedrijfsleven of naar het notariaat. Of naar de politiek (lacht). Het blijft een zeer goede, algemene opleiding. Maar specifiek voor jonge advocaten wordt het vooral belangrijk om inzicht te krijgen in technologie. Als je jurist bent én je kunt coderen, dan is je broodje gebakken. Nog een voorbeeld. Soms moeten contracten, vanwege de wetgeving, opnieuw onderhandeld worden om ze conform die nieuwe wetten te maken. Vaak is het een titanenwerk om al die documenten opnieuw op te stellen. Wel, wij hebben software gemaakt die via artificiële intelligentie Word- en pdf-documenten leest en begrijpt, en deze documenten op maat van de klant aanpast. Dat soort dingen gaat de jurist van de toekomst moeten kunnen.”