De chemische industrie en, bij uitbreiding de farmaceutische en life science-sector, is een cruciale steunpilaar van het Belgisch economische weefsel. Wat is het belang van deze bedrijven voor ons land, wat heeft België hen te bieden en hoe kunnen we ze in de toekomst hier houden?

Van BASF over Bayer en Evonik, van GSK over Thrombogenics tot Janssen Pharmaceutica. Ondanks onze bescheiden afmetingen, is België altijd al oververtegenwoordigd geweest als het over (bio)chemie en pharmaceuticals gaat. De tien grootste farmabedrijven ter wereld hebben allemaal een vestiging in ons land. Van de vijftien grootste chemieconcerns hebben er twaalf hier een productiesite. Daarrond zwermt dan ook nog een heel netwerk van kleinere kmo’s, toeleveranciers en gespecialiseerde bedrijfjes.

Grootste troef = ligging
Dat België en de (bio)chemische en farmasector elkaar zo goed gevonden hebben, heeft te maken met enkele factoren. “Eerst is er onze ligging”, zegt Gert Verreth, communicatieadviseur van essenscia, de federatie van chemie en life sciences, “zowel geografisch als politiek zitten we in het hart van Europa. Ook de Antwerpse haven en de luchthavens van Zaventem en Luik, die zeer goed uitgerust zijn om farmaceutische producten te verschepen, zijn een belangrijke troef.”

Kennis in overvloed
Een tweede factor is het hoge kennisniveau van de bevolking. Ongeveer de helft van de mensen in de chemie en life sciences heeft minstens een bachelor-diploma. “Zeker in de R&D, zowat de motor van alles, is het levensbelangrijk om hoogopgeleide mensen aan te trekken.”

 

De chemie is een strategische sector om de klimaatuitdaging aan te pakken Gert Verreth

 

Goede regelingen van de overheid
Een ander belangrijk pluspunt van België: onze overheid. Volgens Tim Van Hauwermeiren, managing director van het biofarmaceutische bedrijf argenX uit Zwijnaarde worden onze instituten benijd door het buitenland. “Instituten als het Agentschap voor Wetenschap en Technologie (IWT), het Vlaams Instituut Biotechnologie (VIB) of het Agentschap Innoveren en Ondernemen zijn er niet overal. Tel daarbij een zeer goed uitgebouwde subsidiepolitiek en maatregelen als het R&D-krediet, waarbij deels geen sociale zekerheid betaald moet worden voor onderzoekspersoneel en je begrijpt waarom biofarmabedrijven graag naar België komen.”

Win-win situatie
Niet alleen is België goed voor de chemische sector, omgekeerd is dat ook zo. De economische impact kan nauwelijks overschat worden. “Naar omzet per inwoner is België nummer één in de wereld voor chemie en kunststoffen”, zegt Verreth. “Chemie en farma zijn goed voor een derde van de totale Belgische export. Naar een belangrijke handelspartner als de VS is dat ruim de helft.” De Belgische farma-branche is, na de Duitse, ook de tweede grootste exporteur van de EU, waarbij bijna de helft van de producten bestemd zijn voor buiten Europa. Alles samen biedt de sector bovendien werk aan zo’n 90.000 mensen.

 

België is een van de beste landen ter wereld voor fase 1-tests met je geneesmiddel Tim Van Hauwermeiren

 

Aan de top van klinische studies
Daarnaast bekleden we de eerste positie in Europa en tweede in de wereld in aantal klinische studies per inwoner. Daardoor is ons land ook koploper in klinische testen, de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. “Dat komt onder meer door de goede en snelle werking van de farma-regulator in België”, zegt Van Hauwermeiren. “Daardoor is België een van de beste landen ter wereld om fase 1-tests te doen met je kandidaatgeneesmiddel.”

Innovatie & creativiteit belangrijker
Al bij al doen onze chemische industrie en life sciences het dus behoorlijk goed. Dat wil echter niet zeggen dat er geen aandachtspunten zijn voor de toekomst. Van Hauwermeiren: “De concurrentie is mondiaal en iedereen kan kennis verwerven. Dat betekent dat innovatie en creativiteit almaar belangrijker zullen worden, daar ligt dus een belangrijke taak voor het onderwijs.” Ten tweede noemt hij het zeer versnipperde financieringslandschap met veel kleine fondsen. “Het zou goed zijn als er meer coherentie komt, met kapitaalkrachtigere Belgische fondsen die een bedrijf echt in een volgend stadium kunnen duwen.”

Uitdagingen of opportuniteiten?
Uitdagingen zijn voor Verreth eerder ‘opportuniteiten’: “Zo is de chemie een strategische sector om de klimaatuitdaging aan te pakken”, zegt hij. “Efficiëntere batterijen, betere zonnecellen, krachtigere windturbines, slimme materialen die het energieverbruik doen dalen… Ze doen allemaal een beroep op chemische componenten. Daarnaast zie ik ook een voortrekkersrol in de digitalisering en robotica, met efficiëntere productie-installaties en big data die ingezet worden voor wetenschappelijk onderzoek.” De toekomst zal dus nog een tijdje aan de chemie zijn.