Recycleren begint bij de bron. De bron die het afval produceert: het gezin dat alles netjes scheidt. Maar zeker ook de bron die het oorspronkelijke product produceert. In beide gevallen is er een belangrijke rol weggelegd voor de stad.

Telefoon stuk? Dan kopen we maar een nieuwe. Stofzuiger stuk? Naar de winkel voor een vervangend exemplaar. Ketting van de fiets gebroken? Laat maar staan, een andere kopen kost niets. Onze economie is gericht op produceren en consumeren. Wanneer iets stuk is, gooien we het weg en kopen we iets nieuws. Maar wat als er nu eigenlijk maar een onderdeel van die telefoon, stofzuiger of fiets stuk is? We denken er vaak zelfs niet aan dat te laten vervangen, omdat het even gemakkelijk en goedkoop is om iets nieuws te kopen. Gevolg? Een enorme afvalberg.

Recylage koning
“Toch denk ik dat we het in Vlaanderen niet slecht doen”, meent Jan Verheyen van de Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij (OVAM). Hij doelt daarmee niet direct op de totale omvang van het afval, maar wel op het feit dat de Vlaming die berg afval tenminste goed scheidt. “Daardoor kunnen we 70 procent van ons huishoudelijk afval recycleren. Bij bedrijfsafval is dat zelfs 76 procent. Vergeleken met de ons omringende landen is dat erg hoog.”

 

 

Circulaire economie vereist een ander gebruik door consumenten. We kunnen niet langer dingen weggooien wanneer ze stuk gaan of verslijten – David Dooghe

 

Nog meer afval scheiden
Een belangrijke rol voor het scheiden van afval is weggelegd voor steden. “Lokale besturen hebben een zorgplicht op dat vlak”, vertelt Verheyen. “Zij moeten zorgen voor de praktische invulling: ophaling, selectie en recyclageparken. Voor de toekomst zijn er op dat vlak nog veel verbetermogelijkheden.” Denk bijvoorbeeld aan meer slimme containers, verplaatsbare recyclageparken of innovatieve inzamelsystemen. In steden, waar veel hoogbouw is, kun je ook per appartementsgebouw ondergrondse containers plaatsen voor selectieve inzameling. “Wanneer we nog meer willen scheiden dan nu al gebeurt, moet je het de mensen vooral makkelijker maken.”

Circulaire economie gaat verder
Maar de invloed van steden op de afvalberg gaat veel verder dan enkel het scheidings- of verzamelbeleid. De circulaire economie is volgens David Dooghe, stedenbouwkundige en architect, bij uitstek geschikt voor steden. Hij deed onder meer onderzoek naar de kansen voor de circulaire economie in Rotterdam en Antwerpen. “Circulaire economie is een idee dat verder gaat dan enkel recycleren.” Hoewel recycleren van afval tot bruikbare materialen bijna in alle gevallen mogelijk is, kost het nog heel veel energie. Voorlopig is het nog goedkoper om grondstoffen gewoon uit de grond te trekken. “Het idee van de circulaire economie begint al bij het ontwerpen van nieuwe producten. Zorg ervoor dat die robuust zijn, zodat ze langer gebruikt kunnen worden en daarnaast gemakkelijk te herstellen wanneer ze stuk gaan.”

 

Lokale besturen hebben een zorgplicht op het vlak recyclage – Jan Verheyen

 

Zuivere materialen
Kijken we terug naar de kapotte telefoon, stofzuiger of fiets. Dooghe: “Circulaire economie vereist een ander gebruik door consumenten”, legt hij uit. “We kunnen niet langer dingen weggooien wanneer ze stuk gaan of verslijten. Eerst moeten we onderdelen vervangen of herstellen en pas wanneer dat niet meer gaat, zamelen we het product in voor recyclage.” Doordat de producten zijn ontworpen met van zuivere materialen, gaat de recycling vervolgens een stuk gemakkelijker. “Zuivere materialen zijn gemakkelijker te hergebruiken dan bijvoorbeeld samengestelde materialen als bijvoorbeeld polyester.”

Creatieve ondernemers in de stad
Dooghe ziet steden als broeiplaatsen voor dit soort ontwikkelingen. “Om een nieuwe economie op te zetten, heb je creatieve ondernemers nodig. In steden vind je die het meest. Bovendien zitten daar doorgaans ook de meest creatieve personen tussen.” Verheyen bevestigt: “De maakindustrie in West-Europa staat onder druk en stadsomgevingen zijn de plekken waar nieuwe initiatieven ontstaan. Het is belangrijk voor steden om die initiatieven in de gaten te houden en te ondersteunen.”

Scharniermoment is nu
Maar wanneer gaan we daar in ons dagelijks leven dan wat van merken? Dooghe: “Wanneer de grondstoffen op raken. Dat hoeft niet eens zo heel lang meer te duren. Dan is het automatisch aantrekkelijker om nog meer te recycleren.” We staan met andere woorden op een scharniermoment. De scheiding van huishoudafval is voor een groot deel afgerond. Verheyen: “Nu moeten we aan de slag met nieuw beleid dat meer gericht is op circulair denken.”