In samenwerking met

Danny Van Assche, Gedelegeerd Bestuurder Unizo

Ondernemen in een open economie als de Belgische is per definitie internationaal. Ons land is een deur op de wereld. Met heel wat kansen, maar ook uitdagingen. Onze ondernemers zijn plantrekkers. Maar ook de overheid moet haar rol spelen.

Groot ‘buitenland’
Groei-KMO’s in Vlaanderen en België zijn het aan zichzelf verplicht om internationaal te denken en te opereren. We leven in een klein land, omringd door een heel groot ‘buitenland’. Wie hier als ondernemer de vleugels wilt uitstrekken, zit voor hij het goed en wel beseft, over de landsgrenzen. Groeien is hier een kwestie van grenzen oversteken, ze verleggen… of verdwijnen?

Minder zichtbaar internationaal
Hoewel wij Belgen misschien minder zichtbaar internationaal gaan dan pakweg Nederland, zijn we toch goed bezig. Wat zich vertaalt in een stevige reputatie op het vlak van doorgedreven innovatie en kwaliteit in het buitenland, tot aan het andere eind van de wereld. Klinkende namen als imec en VITO dragen hier in belangrijke mate toe bij. Minder bekend zijn echter de vele Belgische top-kmo’s, vaak nog echte familiebedrijven van de tweede, derde en vierde generatie, die uitblinken door vernieuwing en marktleiderschap in specifieke niches.

 

De – internationale – toekomst is aan de durvers.

 

Koester de kmo’s
We moeten deze kmo’s meer dan ooit koesteren, ondersteunen en faciliteren, opdat ze ook na hun internationale doorbraak hier bij ons verankerd zouden blijven, met hun R&D, met zoveel mogelijk lokale productie en tewerkstelling… Zij zijn en blijven de motoren van onze economie. De nabijheid van gerenommeerde universiteiten en onderzoekscentra en de gemiddeld hoge opleidingsgraad van de Belgische werknemers speelt de blijvers in de kaart. Ook de gratis ondersteuning op het terrein op maat, door Flanders Investment and Trade (FIT). Daartegenover staan nog altijd te hoge loonkosten, een te rigide arbeidsmarkt, een complexe regelgeving, een hoge belastingdruk… Pijnpunten waardoor we helaas al een aantal straffe lokale KMO’s volledig naar het buitenland zagen vertrekken.

Opletten geblazen
Ook op het vlak van aantrekkingskracht voor buitenlandse ondernemers en investeerders is het hier opletten geblazen. Al beschikken we nog altijd over sterke troeven, zoals onze centrale strategische ligging binnen Europa, de nabijheid van de Europese instellingen, onze logistieke expertise en de aanwezigheid van belangrijke havens als Antwerpen en Zeebrugge. Onze sterke rol en aantrekkingskracht als ‘logistieke hub van Europa’ wordt echter steeds meer bedreigd door het toenemende verkeersinfarct, vooral in en rondom filehoofdsteden Antwerpen en Brussel. Vanuit de ondernemershoek dringen we dan ook aan op snelle en doortastende beleidsmaatregelen en bijkomende investeringen in een nieuwe infrastructuur om het verkeer weer mobiel te krijgen.

Alsmaar internationaler
Eén ding staat vast: het ondernemerslandschap in en rondom België wordt alsmaar internationaler, ook bij kmo’s. Dit mee onder impuls van de doorgedreven digitalisering, die zich door geen grenzen laat tegenhouden en gans onze economie op een rollercoaster heeft gezet, boordevol avontuur, funen uitdagingen, maar waarvan niemand de aankomst kan voorspellen. De – internationale – toekomst is aan de durvers.