Duurzaam bouwen en/of verbouwen. Klinkt goed, niet? Maar wat betekent het precies? Als je die vraag pakweg tien jaar geleden aan een aannemer zou gesteld hebben, had hij wellicht geantwoord met ‘zo energiezuinig mogelijk’. Maar minimalisatie van het energiegebruik dekt al lang niet meer de lading van duurzaamheid in de bouwsector. “Duurzaam wonen behelst dat woningen gebouwd en verbouwd worden op basis van verschillende pijlers”, vertelt Michael Herremans van Cedubo, een coördinatiecentrum uit Heusden-Zolder dat particuliere (ver)bouwers ondersteunt via individuele plan- en bouwadviezen. “Energie, ruimtegebruik, oriëntatie, ligging, aanpasbaar wonen, materiaalkeuze en watergebruik zijn de belangrijkste.”

Strenge energiemaatregelen
“Woningen worden over het algemeen compacter. Een belangrijke reden hiervoor blijft dat mensen hun energiegebruik willen optimaliseren. Isoleren en het zogenaamde luchtdicht bouwen, heeft tijdens het vorige decennium vaste voet aan de grond gekregen in Vlaanderen. Nu pas zien we in dat dit veel gemakkelijker gaat als de woning compact is. Overigens, wie een nieuw huis bouwt, is hiertoe sowieso al verplicht door de steeds strengere energiemaatregelen.” Herremans voorspelt dat er in de nabije toekomst ook normen zullen komen voor onder andere het watergebruik. Ook de milieu-impact van bouwmaterialen zal onder de loep worden genomen.

 

Compact wonen houdt eigenlijk in dat er meer (functionele) ruimte wordt gecreëerd met minder buitenoppervlak – Michael Herremans

 

Compact is niet klein
Compact wonen hoeft trouwens niet hetzelfde te zijn als klein wonen. Compactheid houdt eigenlijk in dat er meer (functionele) ruimte wordt gecreëerd met minder buitenoppervlak. Een kubus, bijvoorbeeld, is zeer compact. Allerhande hoeken en uitspringende delen daarentegen maken een gebouw veel minder compact. Volgens Herremans is compactheid is ook slechts een facet van duurzaam wonen. “Het kan niet de bedoeling zijn dat het bewegingscomfort van de bewoners wordt beknot. Het is dus verre van een synoniem voor ‘klein wonen’, want door open ruimten te creëren, kunnen woningen nog steeds ruim aanvoelen.”

Woningen groeien mee
Tegenwoordig is het ook ‘in’ om woningen zo te ontwerpen dat ze tijdens de levensduur van hun bewoners vlot kunnen worden aangepast aan nieuwe behoeften. Daarmee komen we meteen bij de volgende trend die zich momenteel volop aan het ontwikkelen is in Vlaanderen. Namelijk die van de zogenaamde meegroeiwoning. “Meegroeiwonen reflecteert een dynamische visie op mens en ruimte, op de eigen woning en haar omgeving”, vindt Herremans. “Steeds vaker zien we dan ook dat aanpasbaar en flexibel bouwen, tenminste op woningniveau, het basiskenmerk is van het bouwplan. Het maakt dat een woning zich kan aanpassen aan haar bewoners, en omgekeerd. Dit betekent: van meet af aan comfort en veiligheid voor iedereen, wat levenslang wonen mogelijk maakt.”

 

Woningen moeten tijdens de levensduur van hun bewoners vlot aangepast kunnen worden aan de nieuwe behoeften – Michael Herremans

 

Passief bouwen is prijzig…
Een trend die anderhalf decennium geleden de innovatieve huizenmarkt nog domineerde, maar die tegenwoordig compleet in de vergetelheid is geraakt, is die van het passiefhuis. Het behalen van een passiefnorm qua energieverbruik bij woningen werd indertijd sterk gepromoot door de overheid, met fiscale voordelen om de meerkost te compenseren. Door de afschaffing van deze maatregelen, opteren de meeste (ver)bouwers er nu voor om een lage-energiewoning te bouwen. Herremans: “Passiefbouwen is in het verleden altijd een prijzige aangelegenheid geweest. Dit was deel te wijten aan de aannemers die gewoon moesten worden aan een ander afwerkingsniveau en nieuwe werkwijzen.”

…maar moet standaard worden
Toch ziet Herremans nog toekomst voor het passiefhuis. “Door een doorgedreven sensibilisering van aannemers, het opleiden van vakmensen en een betere afstemming van het werk, maar ook door een evolutie van nieuwe materialen, moet de passiefmethode uiteindelijk een soort standaardnorm kunnen worden in de bouw. Hierdoor zullen passief afgewerkte woningen toch betaalbaar worden.”