Wie dacht dat voetballers niets anders konden dan voetballen, heeft Cisse Severyns nog niet ontmoet. De ex-Rode Duivel slaagde erin te switchen naar vastgoed en er bovendien in uit te blinken ook.

Met een brede glimlach verwelkomt de sportief geklede Cisse ons in zijn Kempisch vastgoedkantoor in Lille. Een spraakwaterval, van net geen 50, die moeiteloos overschakelt van Nederlands naar Frans en die na een succesvolle carrière als voetballer een even succesvol makelaar werd.

Vanwaar die overstap, want beide werelden lijken wel ver uit elkaar te liggen?
“Het is wel een switch, maar ik vind dat ze in zekere zin op elkaar lijken. Ik ben altijd een man van het volk geweest en in het voetbal heb je eigenlijk twee groepen mensen die ernaar komen kijken. Je hebt enerzijds de sponsors in de businessseats, waar we na de match een babbel mee deden, en anderzijds heb je mensen die bij manier van spreken hun laatste cent geven om naar hun favoriete club of idool te komen kijken en na afloop een pintje te drinken. Wel, met hen ging ik, samen met Rudy Smits, vaak ook een praatje maken in het café waar de supporters zaten. Die diversiteit heb je ook in de immowereld. Er zijn mensen die een huis verkopen dat meer dan een miljoen waard is, maar er zijn er ook die om financiële redenen hun huis moeten verkopen. Ik ben iemand die met iedereen kan praten.”

Hoe verliep die overstap dan?
“Na mijn professionele carrière als voetballer leerde ik in de voetbalclub van Kapellen, waar ik verantwoordelijk was voor de PR en de reclame, Stefaan Janssen, zaakvoerder van Janssen en Janssen kennen. Nadat ik hem overhaalde om sponsor te worden, raakten we bevriend en beweerde hij dat ik echt iemand was om ‘in den immo’ te stappen. Toen ik nadien niet verkozen werd als schepen van sport in Zoersel, heb ik een maand met hem meegelopen en zo ben ik er ingerold. Ik merkte al snel dat dat mij lag. Wat ik leuk vind, is dat geen twee dagen dezelfde zijn en dat je naast het kantoorwerk allerlei mensen ontmoet. Ondertussen zijn we elf jaar verder en heb ik mijn eigen kantoor als franchisenemer binnen Janssen en Janssen.”

 

©John Swijsen
©John Swijsen

“Ik ben altijd een man van het volk geweest”

 

Hoe is de vastgoedmarkt in die elf jaar geëvolueerd?
“Opvallend is dat bouwgronden steeds schaarser geworden zijn, terwijl de Belg nog altijd een baksteen in de maag heeft. De vastgoedmarkt is eigenlijk zeer stabiel, maar de positieve of negatieve aandacht in de media doet ze schommelen. Ook al daalt de waarde van je woning wanneer die ouder wordt, vastgoed blijft toch steeds zijn waarde behouden. Wel zijn er meer huurpanden dan vroeger, terwijl huren op zich eigenlijk weggesmeten geld is. Het probleem is namelijk dat veel huurders niet het basiskapitaal hebben om te kopen en dat de banken omwille van de bankencrisis minder snel geneigd zijn om mensen 100 procent of meer te lenen. Wat ook evolueerde door de hogere huisprijzen, is dat zowel de huizen als de ruimtes kleiner werden, terwijl het aantal kamers wel hetzelfde bleef. Vroeger had je in totaal zo’n 200 m2 oppervlakte, nu is dat zo’n 160 m2. Je ziet dezelfde trend ook bij appartementen, die tegenwoordig maar zo’n 70 à 80 m2 tellen in plaats van 90 à 100 m2. Vaak heb je slaapkamers waar je maar net een bed kunt zetten. Dit ook omdat er meer samengestelde gezinnen zijn dan vroeger en broer en zus niet meer samen mogen slapen, terwijl wij vroeger thuis 4 slaapkamers hadden voor 7 kinderen.”

Zie je ook de trend van het BEN-wonen?
“Mensen zijn nog niet vertrouwd met wat BEN betekent en ook van de EPC-waarden weten ze alleen: hoe lager de waarde, hoe beter. Daar is nog werk aan de winkel. Sommige regels die de regering invoert, zijn wel nuttig voor de veiligheid, bijvoorbeeld de elektrische keuring die nu verplicht is bij elke verkoop. Als ze niet conform is met de AREI (red: Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties), heb je als koper achttien maanden de tijd om dat in orde te brengen.“

©John Swijsen
©John Swijsen

 

“‘Huizenjagers’ gaf me de kans om op een andere manier in beeld te komen”

 

Welke opmerkelijke situaties ben je in je carrière zoal tegengekomen?
“Een tof verhaal is dat van een boerderij die al drie jaar te koop stond in Leisele, aan de grens met Frankrijk. Ik was toevallig de eigenaar tegen het lijf gelopen, die me de kans gegeven heeft om ze te verkopen. Na amper twee weken had ik er een geschikte koper voor. Dat bewijst dat je als makelaar niet alleen in de buurt van je kantoor huizen kunt verkopen, zolang je het op de juiste manier doet. Een ander leuk verhaal is het volgende: ik heb elf jaar bij Antwerp gevoetbald en je moet weten dat Antwerp en Beerschot twee voetbalrivalen zijn. Zo merkte een man ooit tijdens het tekenen van een compromis op dat hij nooit gedacht had een huis te kopen van een ‘rood-witte hond’ (red: bijnaam Antwerp-supporters). Maar ik maakte tijdens een telefonische prospectie ook het omgekeerde mee, namelijk iemand die zei dat hij zijn huis niet door een voetballer wilde laten verkopen.”

Hoe was het om deel te nemen aan het programma Huizenjagers, waar je nota bene met de trofee ging lopen?“Het was een heel positieve ervaring, omdat mensen mij inderdaad nog vaak als (ex-)voetballer zien. Zo had ik de kans om op een andere manier in beeld te komen en kon ik laten zien dat ik een ervaren makelaar ben. Gelukkig kwam ik er dan ook goed uit, het tegendeel had evengoed waar kunnen zijn. Daarnaast heb ik er ook een aantal vrienden aan overgehouden. De twee andere makelaars, Philippe en Barbara, zijn vrienden geworden en we hebben zelfs ons eigen Whatsapp-groepje. Laatst gingen we bijvoorbeeld naar een hockeymatch van Philippe kijken, samen met een koppel van de potentiële kopers en zijn we daarna samen iets gaan eten. En binnenkort organiseert een van de vier koppels, waarvan er twee intussen een huis gekocht hebben, voor iedereen een barbecue.”

Als je geen voetballer en makelaar geworden was, was je…
“Niets denk ik. Vanaf mijn 7 jaar voetbalde ik en tot mijn vierendertigste heb ik op professioneel niveau gespeeld. Daarna werd ik makelaar, wat mijn tweede passie werd, hoewel ik dat zelf nooit had kunnen denken. Daarnaast is er uiteraard mijn gezin, ikzelf heb twee kinderen en ben samen met iemand die er ook twee heeft. Ik heb ook twee kleinkinderen, dus het geheel is compleet.”