29 jaar al zit Peter Depover in een rolstoel. Op zijn 21ste veranderde een auto-ongeval zijn hele toekomst. “Ik kon niets meer. Het heeft vier à vijf jaar geduurd voor ik me daarmee kon verzoenen. Sindsdien kijk ik vooruit, naar wat ik wel kan.” Hij schoolde zich om tot schoenmaker en startte hij als zelfstandige. Dankzij die job is hij in zijn buurt een graag geziene figuur. Klanten vergeten zelfs dat hij een handicap heeft. Die maatschappelijke erkenning heeft hem geholpen om zijn beperking te aanvaarden.

Samenleving mag vriendelijker
Toch vindt hij dat onze samenleving een stuk vriendelijker mag zijn voor mensen met een beperking. Toen hij bijvoorbeeld naar het stadhuis trok om de geboorte van zijn kinderen te melden, kon hij niet anders dan een uur in de kou wachten tot een medewerker hem naar binnen kwam helpen. Ook onze stranden noemt hij een opvallend ontoegankelijke plek voor rolstoelgebruikers. In de loop der jaren heeft hij zich aan al die ‘moeilijke’ situaties leren aanpassen. Of beter: hij heeft ze leren vermijden. Gelukkig kan hij te allen tijde rekenen op zijn vrouw en kinderen. “Ik kan me voorstellen dat voor een alleenstaande een handicap veel zwaarder uitvalt. Wellicht ontwijk je dan nog meer situaties waarin je gediscrimineerd kan worden.”

 

Zoals in andere landen zou ook hier iedereen vlot een trein of bus moeten kunnen nemen – Tina Goethals

 

Vertrouwde bedenkingen
Voor Tina Goethals, doctoraatonderzoekster aan de Universiteit van Gent, klinken zulke bedenkingen heel vertrouwd. De voorbije jaren vroeg ze 400 Vlamingen met een beperking naar momenten waarop ze zich in de maatschappij wel en niet welkom voelden. Tientallen getuigenissen, waaronder die van Peter Depover, verzamelde ze op de website www.zondergrenzen.be. Sommige opmerkingen rond mobiliteit en toegankelijkheid van gebouwen komen in zo goed als elk verhaal naar boven.

 

beperking

 

Iedereen met trein en bus
“Als we willen dat mensen met een beperking op gelijke voet aan de samenleving deelnemen, dan zijn dat belangrijke hindernissen die we moeten wegwerken”, meent Goethals. “Zoals in andere landen zou ook hier iedereen vlot een trein of bus moeten kunnen nemen. En bij elke nieuwbouw, renovatie, website of product zouden we wat vaker met Universal Design principes rekening moeten houden. Die maken dat een ontwerp toegankelijk en aantrekkelijk is voor een zo divers mogelijk publiek.”

 

Het duurde 5 jaar voor ik me met mijn handicap kon verzoenen. Sindsdien kijk ik vooruit, naar wat ik wel nog kan – Peter Depover

 

Lange wachtlijsten voor ondersteuning
Nog een pijler waar we volgens Goethals een tandje mogen bij steken, is ondersteuning op maat. Mensen met een beperking krijgen vandaag niet altijd de gewenste en gepaste hulp om volwaardig te kunnen participeren. Hoewel ze recht hebben op (financiële) ondersteuning, zien ze zich vaak verplicht om hun eigen netwerk in te schakelen of een deel uit eigen zak te betalen. Een gevolg van de lange wachtlijsten. Veel deelnemers aan het onderzoek hopen bijvoorbeeld in de toekomst meer of sneller beroep te kunnen doen op het zogenaamde PAB, het Persoonlijke AssistentieBudget.

Media geven duwtje in de rug
Tot slot kunnen ook de media een duwtje in de rug geven. Zo doen televisie-, radio- en krantenmakers er goed aan om mensen met een beperking vaker in een alledaagse context aan het woord te laten. Nu hoor en zie je ze haast uitsluitend als het over beperkingen gaat. “Ofwel zie je ze lijden, ofwel verschijnen ze als held of als een last voor anderen”, stelt Goethals vast na een analyse van magazines en kranten de voorbije tien jaar. “Zo geef je het grote publiek de indruk dat mensen met een beperking geen volwaardige burgers zijn. We doen er goed aan een genuanceerder beeld te brengen en wat vaker voorbij de beperking te kijken.”