De Belgische filmindustrie doet het ongemeen goed op het vlak van speelfilms, maar ook de animatiefilm is sterk bezig. Maar de film, zoals we dat nu kennen, heeft een interessante geschiedenis waarin Belgen een belangrijke rol spelen. De belangrijkste pioniers in de animatiefilm op een rijtje.

Joseph Plateau

Joseph Plateau, een Belgisch fysicus, staat aan de oorsprong van de ontdekking van bewegende beelden. Zo was hij de eerste om het fenomeen gezichtstraagheid of lichtnawerking te formuleren. Zo ontdekte hij als eerste dat beelden in elkaar overvloeien omdat licht nog even blijft nawerken op ons netvlies. Zo evolueerde kennis over het gezichtsvermogen verder door.

Met deze kennis, ontwikkelde Plateau het eerste animatieapparaat: de fenakistoscoop, een speelgoed waarop kinderen de opeenvolgende tekeningen konden afspelen waardoor het een korte animatie werd. Hiermee werd hij de onmiddellijke voorloper van de (animatie)film en de filmindustrie. Het zou sinds Plateau nog tot na de Tweede Wereldoorlog duren vooraleer in België van een systematische en volwaardige animatiefilmproductie sprake was.

Phenakistoscope_3g07690b

Ray Goossens en Eddy Ryssack

In 1959 werd Ray Goossens, de geestelijke vader van Musti, werd in 1959 artistiek leider van de Brusselse Belvision-studio, waar hij onder meer de Kuifje-reeksen mee aanstuurde. De productiecapaciteit bedroeg per week 5 minuten voor animatiefilm, wat veel was voor die tijd.

Ook Eddy Ryssack maakte rond dezelfde tijd in opdracht van animatiestudio Television Animation (TVA), onderdeel van Uitgeverij Dupuis, verschillende korte animatiefilms. Zo regisseerde hij de eerste Smurfen-films. Later ging hij verder als striptekenaar en illustrator.

ryssack_eddy_1982

Raoul Servais, de “Magiër van Oostende”

Oostendenaar Raoul Servais zette ons land op de kaart wanneer het aankomt op animatiefilms. Na zijn opleiding aan de Koninklijke Academie van Schone Kunsten (KASK), maakte hij verschillende kortfilms, zoals Havenlichten, Chromophobia… Hij maakte in totaal 14 kortfilms, en een langspeler, waarmee hij het Belgische animatielandschap internationaal bekend maakte. Later richtte hij zelf een animatieschool op aan het KASK, de eerste op het Europese Vasteland.

21ste eeuw

De filmindustrie werd de laatste jaren sterk geprofessionaliseerd. Onder andere door de komst van het Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) in 2002, als middel voor financiële en creatieve ondersteuning van audiovisuele creaties. Daarnaast zorgden tal van goede filmscholen voor de ontwikkeling van talent, zoals bijvoorbeeld Flatlife van Jonas Geirnaert (KASK) dat in de prijzen viel op het filmfestival van Cannes.