De liefde van de Belg gaat door de maag, zoveel is zeker. Serveer hem stoofvlees met frieten of balletjes in en tomatensaus en hij waant zich in de zevende hemel. Waarom houden we zo vast aan onze klassiekers? En vallen ook de jonge Belgen er nog voor?

Geef maar toe, ook jij schuift al eens graag je voeten onder tafel bij de Vietnamees of de Japanner. En misschien heb je zelfs meegedaan aan de campagne Dagen Zonder Vlees. Dat onze eetgewoonten veranderen, lijdt absoluut geen twijfel. Het blijkt bovendien uit de jongste cijfers van VLAM over ons aankoopgedrag: op dertien jaar tijd kochten we een kwart minder vlees (exclusief kip). Van 27,1 kg per inwoner in 2002 ging het naar 19,9 kg per inwoner in 2015. Vreemd (of jammer) genoeg hebben we dat niet met extra groenten gecompenseerd. Daarvan kochten we er in de voorbije jaren telkens zo’n 47 à 50 kg per inwoner.

Je smaakerfenis bepaalt je voeding
Toch betekent dat niet dat we onze klassiekers van de menukaart hebben gehaald. Volgens Felix Alen, die al veertig jaar achter het fornuis in Hof ter Rhode (Diest) staat, blijft de Belg verknocht aan zijn biefstuk met frieten. En dat heeft volgens hem met smaakerfenis te maken. “Zoals je je neus, je koppigheid en je lach van je ouders meegekregen hebt, zo heb je ook smaak geërfd. Hoe lekker Thaïs en Japans ook mogen zijn, als een Belg zijn buik wil rond eten, dan grijpt ie naar de smaakcomponenten van hier.”

 

Hoe lekker Thaïs en Japans ook zijn, als een Belg zijn buik wil rond eten, dan grijpt ie naar de smaakcomponenten van hier Felix Alen

 

Van koning Boudewijn tot nu
Hij zag het bij wijlen koning Boudewijn voor wie hij regelmatig in de potten roerde – “hij was gek op bloedworst met rode kool” – en hij ziet het ook bij publiek dat vandaag bij hem aan de dis zit. “Regelmatig organiseren we hier grote banketten, met kraampjes en alles erop en eraan. Aan het ene wordt gewokt, aan het andere kun je garnaalkrokketten krijgen. Eén keer raden waar de langste rij staat.”

Klassiekers vers van de pers
Maar als we zouden vragen wat jouw favoriete Belgische gerecht is, zouden velen het antwoord schuldig moeten blijven. Want wat kies je? Waterzooi, stoep met worst, vol-au-vent, stoofvlees met friet, paling in het groen? Ook foodie en Facebook-kok Loïc Van Impe vindt alles heerlijk, zolang het maar met verse en kwaliteitsvolle ingrediënten bereid is. “Je mag duizend-en-één witloofrolletjes maken. Als je je grondwitloof vers bij de boer haalt en voor beenhesp kiest, dan wordt dat gerecht een topper.” Het is de kwaliteit van die typisch Belgische producten die die klassiekers zo onweerstaanbaar maakt. “Daarom blijft iedere generatie ze zo appreciëren.”

 

Koop één kip en krijg er zeven bij, van die mentaliteit moeten we af Loïc Van Impe

 

Studentvriendelijk Belgisch koken
De vele kookprogramma’s op televisie en de populariteit van kookboeken à la Dagelijkse Kost leren bovendien dat Belgen die typische gerechten ook zelf nog altijd willen bereiden. Maakt Jeroen Meus varkenswangetjes klaar, dan is het de dag nadien gegarandeerd aanschuiven bij de slager. Bij de jongeren is dat volgens Loïc Van Impe niet anders. Met zijn filmpjes, waarin hij snelle, goedkope en evenwichtige gerechten bereidt, heeft hij al vele studenten achter het fornuis gekregen. Ook om de Belgische klassiekers te maken, zij het dan in een iets studentvriendelijkere versie. “Als student heb je geen vier uren om te wachten op je stoofvlees. En dus heb ik een variant bedacht die in een kwartiertje klaar is, met varkensspiering en een pils in de saus.”

1 kip voor 7
Lekker koken is één ding, maar bewust en verantwoord consumeren is iets anders waar ook jongeren nog aangemoedigd kunnen worden. “Koop één kip en krijg er zeven bij, van die mentaliteit moeten we af. Haal liever af en toe een kwaliteitsvol stuk vlees in huis dan elke dag een goedkope supermarktkotelet.” Het is een bezorgdheid die hij met veel sterrenkoks deelt. Ook zij trekken meer dan ooit de kaart van de authentieke keuken en geven een glansrol aan de lokale en seizoensgebonden producten.

Nouvelle cuisine achterhaald
Dat het in een niet zo ver verleden anders was, lezen we in het jongste Landbouw- en Visserijrapport. Exotisch, zo omschrijven ze de stijl van de jaren zeventig en tachtig, waarbij de chef-koks met ingrediënten van overal in de wereld aan de slag gingen en met nieuwe smaken, bereidingswijzen en texturen experimenteerden. Die ‘nouvelle cuisine’ bereikte in de jaren negentig een hoogtepunt, met de zogenaamde moleculaire gastronomie. “Het is niet dat die invloeden vandaag helemaal verdwenen zijn, maar je ziet duidelijk een terugkeer naar de basis”, zegt Felix Alen. “Dat Sergio Herman een luxefrituur begonnen is en Jeroen Meus haute dogs serveert, is veelzeggend. Meer dan ooit is de gastronomie de originele smaakervaringen aan het uitpluizen.”