Na de exit van Annemie Turtelboom werd hij vrij onverwacht Vlaams minister van Energie. Niet dat Bart Tommelein daarmee helemaal op onbekend terrein terechtkwam: als minister van Noordzee volgde hij nauwgezet de dossiers op van het energieatol en de windmolens op zee. “We moeten vooral realistisch blijven.”

We ontmoeten Bart Tommelein op een heerlijke nazomerdag in Brussel, buiten is het zeker 27 graden. “De zonnepanelen zullen weer goed hun best doen”, grinnikt hij, terwijl hij goedkeurend naar de hemel tuurt. Meer hadden wij niet nodig om onze eerste vraag af vuren.

De regering kondigde onlangs uw ‘Zonneplan’ goed. Wat is dat precies?
“Met dat plan willen we de drempels wegwerken om in zonne-energie te investeren. Het is de bedoeling dat iedereen die zonnepanelen kàn leggen, dat ook zou doen. Met zonne-energie valt dat het makkelijkst te realiseren, want het kan snel en relatief goedkoop. We verruimen daarvoor bijvoorbeeld de energielening: de terugbetalingstermijn gaat omhoog, maar ook het maximale bedrag.”

En mensen die geen of geen zonnig dak hebben?
“Wel, voor die groep willen we het gemakkelijker maken om te participeren in zonnepanelen van anderen, zodat zij mee kunnen profiteren van het rendement. Burgers, maar ook bedrijven en overheden zullen kunnen investeren in zonnepanelen die niet op hun eigen daken liggen: bij andere burgers, maar ook op scholen, op parochiezalen, zelfs langs de spoorwegbermen.”

Bart Tommelein: 'Iedereen die dat kàn, moet zonnepanelen leggen'

Door prijzen van leveranciers te vergelijken kun je soms honderden euro’s uitsparen

 

Zal dat de klassieke energiecentrales overbodig maken?
“Het grote probleem met zonne-energie is nog altijd de opslagcapaciteit. Het blijft lastig om zonne-energie op te slaan om bijvoorbeeld ’s nachts te gebruiken. Zonne- en windenergie kunnen ook niet alles dekken én we moeten ook in staat zijn om pieken in het verbruik op te vangen. Ik denk dus dat er nog wel even centrales zullen zijn.”

Bart Tommelein | ©Ian Hermans
©Ian Hermans

Die opslag is binnenkort misschien mogelijk met speciale batterijen.
“Klopt, er zijn verschillende bedrijven mee bezig, zoals Tesla, Daimler, Panasonic… Het probleem is natuurlijk dat die technologie op dit moment heel duur is. Je zou er ook elektrische auto’s voor kunnen inzetten. Nu zijn er dat nog maar een paar duizend, maar over enkele jaren rijden er miljoenen rond. Wel, die hebben allemaal een batterij, waardoor elektrische auto’s dus miljoenen lokale opslagmachines zijn.”

Dan kunnen misschien ook de distributie- en nettarieven naar omlaag?
“Het klopt dat elektriciteit op zich niet zo geweldig duur is. Ik ga dus akkoord dat de prijs voor burgers en bedrijven naar omlaag moet. Alleen, ik ben wel minister, maar kan natuurlijk niet toveren. We zitten met een erfenis uit het verleden die we moeten oplossen. Dat gezegd zijnde: de verbruiker kan zelf ook de factuur doen dalen, hoor. Door prijzen van leveranciers te vergelijken kun je soms honderden euro’s uitsparen. Eén op de vijf daken in Vlaanderen is nog altijd niet goed geïsoleerd. Eén op de drie zelfstandigen blijkt zelfs geen idee te hebben wat zijn energiefactuur is. Hoe dan ook, we zitten volop in een periode van transitie. Van grote centrale productie evolueren we stilaan naar decentrale productie. Mensen gaan zelf produceren, wijken, scholen en gemeenten gaan zichzelf voorzien. Dat is prima, maar het brengt een gigantische verandering mee. Er moeten nieuwe wetten komen, een ander beheer van netten, nieuwe manieren van distributie. Alleen al bijvoorbeeld wat betreft de slimme elektriciteitsmeters is er nog enorm veel werk.”

 

Ik ga akkoord dat de prijs voor burgers en bedrijven naar omlaag moet. Alleen, ik ben wel minister, maar kan niet toveren

 

Wat met de kerncentrales?
“Persoonlijk ben ik een voorstander van sluiting. Onze nucleaire sites zijn al vrij oud, we hebben de scheurtjes… De risicokost is gewoon té groot als er iets fout loopt. Tegelijk moeten we realistisch zijn. We moeten eerst onze hernieuwbare energievoorzieningen nog meer uitbouwen. Ik zie bijvoorbeeld veel heil in het interconnecteren van ons windmolenpark op de Noordzee met Nederland en later ook met het V.K., Duitsland en Zweden, zodat dat één groot netwerk wordt.”

En nieuwe kerntechnologieën als thorium-reactoren, zou dat een alternatief kunnen zijn?
“Ik hoor dat ook, maar dat staat allemaal nog in de kinderschoenen. En hoe veilig zijn dat soort zaken nu precies? Ik herinner me nog dat iedereen midden jaren tachtig de mond vol had van kernfusie. Dat ging dé oplossing zijn. We zijn nu dertig jaar later en het is er nog altijd niet. Dat wil niet zeggen dat we onze ogen niet moeten ophouden voor nieuwe technologie. Getijdenenergie bijvoorbeeld is ook zo’n recente ontwikkeling, die op zeeën met grote golven weleens iets zou kunnen worden.”

Het energieatol voor onze kust heeft u wel on hold gezet.
“Tja, dat was spijtig natuurlijk. Die technologie was veelbelovend, maar er plakte een enorme kostprijs aan. Ook over de rendabiliteit van het project was er nog heel veel onduidelijkheid.”

Moeten we nog angst hebben voor een black-out?
“Ik denk het niet, dat was volgens mij nogal overdreven. Het positieve daaraan is wel dat het de mensen bewust gemaakt heeft van het belang om verstandig met energie om te gaan. En als binnenkort iedereen zonnepanelen en een batterij heeft staan, is de kans op black-outs nog veel kleiner (lacht).”

 

Getijdenenergie is een recente ontwikkeling, die op zeeën met grote golven weleens iets zou kunnen worden

 

Bespaart u thuis zelf energie?
“Oh, absoluut. Mijn kinderen kunnen getuigen dat ik hen altijd heb gewezen op het feit dat ze ergens het licht lieten branden (lacht). Op mijn vorig huis had ik zonnepanelen, op mijn nieuw huis komen ze er binnenkort installeren. Als de diepvries niet helemaal vol is, vul ik de bakken aan met papier of piepschuim, dan moet die minder hard koelen. Mijn frigo heeft ook een A+++-label, daar heb ik speciaal op gelet. Ik heb veel ledlampen in huis, een hoogrendementsgasketel en ik schakel elke avond ook de tv-decoder uit… Al die kleine dingen maken echt een verschil.”

Bart Tommelein | ©Ian Hermans
©Ian Hermans

Als Bart Tommelein niet in de politiek was terechtgekomen, was hij…
“(Enthousiast:) Weerman! Ik was vroeger een grote fan van Armand Pien. Hoe hij op de weerkaarten tekende en kon uitleggen over hogedrukgebieden en lagedrukgebieden en de straalstroom… Ik was daar geweldig door gefascineerd (lacht). Sinds kort vertellen de weermannen op televisie over hernieuwbare energie. Als er dan een zonnige dag is, kunnen zij zeggen hoeveel zonne-energie er werd geproduceerd. Prima om de publieke opinie te sensibiliseren (lacht).”