Er wordt al jarenlang gepraat over elektrische auto’s, maar de definitieve lancering laat op zich wachten. Hoe komt dat eigenlijk, want de technologie lijkt toch op punt te staan? En wanneer kunnen we ons dan wel aan die doorbraak verwachten?

Klimaatdoelstellingen 2020
Elektrische auto’s zijn al lang geen toekomstmuziek meer. De technologie is er, de infrastructuur volgt gestaag en alle grote automerken lijken erin te geloven. Waarom schakelen we dan niet massaal over op dit milieuvriendelijke alternatief? Want de tijd dringt: om de klimaatdoelstellingen te halen, wil Vlaanderen bijvoorbeeld tegen 2020 een marktaandeel van 7,5 procent zien voor elektrische wagens. Maar zullen we dat halen?

Logisch succes
Succes zou nochtans logisch zijn, gezien de vele evidente voordelen van elektrische auto’s: door het kleiner aantal onderdelen van de elektromotor vragen ze vrijwel geen onderhoud. Dankzij het grote(r) vermogen van de elektromotor bij lagere toerentallen zijn ze uitstekend geschikt voor stadsverkeer – ideaal voor een dichtbebouwd en verstedelijkt land als het onze. Verder zijn ze fiscaal interessant, betaal je geen BIV en verkeersbelasting én ‘tank’ je veel goedkoper, nog geen 4 euro aan stroom voor 100 kilometer. Last but not least stoten ze geen CO2 uit en zijn ze muisstil. “Geloof me, ik zou mijn kinderen véél liever laten spelen in een tuin langs een steenweg waar dagelijks 500 elektrische voertuigen passeren dan langs één waar alleen maar dieselwagens rijden”, aldus Johan Sterckx, operationeel directeur bij de Vermant Automotive Groep en auto-expert met ruim 20 jaar ervaring binnen de autosector.

Range anxiety speelt op
Dus waarom stappen we niet massaal over op elektrische auto’s? Daar blijken meerdere redenen voor, en de belangrijkste is psychologisch. We hebben angst voor de ‘beperkte’ actieradius van elektrische wagens – range anxiety zoals dat officieel heet. Akkoord, met een gemiddeld bereik tussen 300 en 500 kilometer presteren elektrische wagens weliswaar minder dan klassieke brandstofauto’s, maar anderzijds leggen we in België op een dag gemiddeld nooit zoveel afstand af. Dus dat is eigenlijk een non-argument.

De overheid zal de elektrische auto en de nodige infrastructuur wel degelijk invoeren: zo snel als het moet, maar zo traag als het kan Ivo Kroone

Zo snel als moet, zo traag als het kan
Andere factoren die het succes van elektrische auto’s afremmen, zijn de hoge prijs en de houding van de overheid. Een typisch Belgisch verhaal, omdat de autofiscaliteit regionale materie is en dus niet uniform wordt aangepakt. “Met als gevolg dat er vandaag in ons land geen beleid rond elektrische auto’s bestaat”, stelt Johan Sterckx vast. Wat ook meespeelt: de overheid verdient vandaag heel veel geld aan accijnzen op fossiele brandstoffen. De elektrische auto betekent in dat opzicht dus inkomstenverlies. “We kunnen alleen maar hopen dat het beleid op lange termijn denkt en niet in termen van een begroting die volgend jaar moet kloppen”, aldus Johan Sterckx. Wat de strategie van de overheid betreft, ziet Autozine-redacteur Ivo Kroone het als volgt: “De overheid zal de elektrische auto en de nodige infrastructuur wel degelijk invoeren: zo snel als het moet, maar zo traag als het kan.”

Koele minnaars
Ook garages zijn koele minnaars van elektrische wagens. Hun verdienmodel is vooral gebaseerd op dienst na verkoop – lees: onderhoud – want aan de verkoop zelf houden ze bijna niets over. Redacteur Ivo Kroone van Autozine: “Een elektrische auto vraagt geen onderhoud. Een klant die een dergelijke wagen koopt in een garage, zien ze daar wellicht nooit meer terug. Terwijl een klant vandaag niet zozeer een auto koopt, maar een relatie met zijn garage.” Dus ook dat businessmodel zal wezenlijk moeten worden herdacht.

Elektrische revolutie krijgt andere vorm
Verschillende uitdagingen dus. Maar er moet hoe dan ook een duurzaam alternatief voor brandstofwagens komen. Sinds 2010 rijden er wereldwijd meer dan 1 miljard auto’s rond, een verdubbeling ten opzichte van 1986. Opnieuw een verdubbeling met alleen maar brandstofwagens is geen optie als we niet letterlijk in rook willen opgaan. Maar de elektrische revolutie zal in ieder geval doorgevoerd worden in een andere vorm, aldus Johan Sterckx. “De nabije toekomst is aan combinaties van elektriciteit, verbrandingsmotor en misschien zelfs waterstof. Het wordt geen of-of-, maar een en-en-verhaal”, besluit hij. “Wat daarna gebeurt, is koffiedikkijken en zal vooral afhangen van technologische ontwikkelingen.”