Duiken met haaien, jumpen van gebouwen, de grootste golf meepikken. Marc Sluszny, Filip Van Moerkercke en Elke Vanhoof draaien er hun hand niet voor om. Ontdek hun extreme belevenissen en ervaar hoe zijn hun angsten overwinnen.

 

Marc Sluszny, avonturier

1) Hoe ziet jouw scène er uit in België
“Extreme sporten’ is een brede lading natuurlijk en de vraag rijst wat daar allemaal onder valt. Zelf denk ik niet in zo’n vakjes. Extreme sporten zijn sporten die buiten het klassieke voetbal en wielrennen bij wijze van spreken vallen. Sommigen noemen me het gezicht van deze scene omdat ik al veel verschillende avonturen heb beleefd, maar zelf zie ik me zo niet en ben ik er van overtuigd dat elke sport op een hoog niveau redelijk extreem kan zijn. Er bestaat niet zoiets als een ‘scene’ in België, je kan niet zoals bij je voetbalclub met elkaar afspreken in een lokaal café. Elke sport heeft zijn community, maar het is niet dat ‘wij’, extreme sporters, elkaar opzoeken.’

2) Hoe overwin je je angsten om bepaalde straffe stoten te ondernemen?
“Bij elke uitdaging sta je voor iets nieuws. Ik wil nu in de Bahama’s Dean’s Blue Hole induiken, een krater midden in de zee, 204 meter diep. Nooit eerder is iemand tot op de bodem van deze verticale grot gedoken. Als je zoiets onderneemt, maar eigenlijk voor iedereen die ‘iets extreem wil doen’, ben je uiteraard uit je comfortzone aan het treden, is het essentieel dat je weet hoe je je angsten moet bedwingen. Ik heb nog altijd angsten. Je moet leren ze aan de kant te zetten en echt focussen op je doel. Er zijn uiteraard technieken. Angsten verdwijnen niet opeens door drie uur te mediteren, uren naar een kaars te staren of omdat je iets magisch hebt gedronken, angst is iets dat je onder controle moet houden. Alleszins, het is niet simpel om in een paar woorden uit te leggen.”

3) Is België eigenlijk geschikt voor jouw sport, kan je daar genoeg uitdaging vinden.
“Op zich maakt dat niet heel veel uit, maar je kan niet ontkennen dat je voor sommige extreme sporten in België creatief moet zijn. Als je wil diepzeeduiken dan kan je terecht in zeer goede clubs bij ons en technisch staan wij als Belgische duikers heel ver, maar natuurlijk wil je echt iets van de wereld onder water zien, dan heeft duiken in België zijn beperkingen. Wil je een top parachutist worden, dan vind je bij ons genoeg clubs en genoeg uitdagingen. Wie iets grensoverschrijdend wil doen, iets wat niet klassiek is en buiten de platgetreden paden wil treden, moet gewoon wat meer moeite doen. Eens je die klik in je hoofd hebt gemaakt, is veel mogelijk en is niets onoverkomelijk.”

 

Filip Van Moerkercke, mede-oprichter Haven Surf

1) Hoe ziet jouw scène er uit in België
“Er bestaat echt wel zoiets als een ‘surfscene’ bij ons. Dat merken we toch ook in onze concept store ‘Haven Surf’ die meer is dan een surfshop alleen en inspeelt op de complete surfervaring. Ik ben intussen 41 jaar en ik merk toch wel dat surfen leeft bij heel wat jongeren. Wellicht kan je dat ook verklaren door de vele surfkampen die nu worden georganiseerd. Vroeger was surfen iets dat je op vakantie deed, in het buitenland, in landen zoals Portugal, Frankrijk, Spanje. Nu zie je echt wel veel surfers ook aan de Belgische of Nederlandse kust, zelfs op heel koude winterdagen vind je op sommige plekken, als er goede golven zijn, 30 tot 40 surfers op één plekje.”

2) Hoe overwin je je angsten om bepaalde straffe stoten te ondernemen?
“Surfen kan gevaarlijk zijn en zelfs de allerbeste surfers van de wereld lopen soms blessures op. Er zijn een aantal factoren die het surfen extreem gevaarlijk kunnen maken, zoals de stroming, ondergrond, diepte én de hoogte en kracht van de golf. Anderzijds, surfen is echt iets dat je in etappes leert. Het gaat heel traag: je begint met een kleine golf op een zandbodem, daarna ga je een stapje verder, enzovoort. Alles gebeurt geleidelijk aan alleen al omdat je bij heel hoge golven niet door de branding raakt als beginner. Als beginnend skier kan je in principe een gevaarlijk helling buiten piste aanvangen. Zeker in België of Nederland loopt een surfer met een beetje gezond verstand weinig gevaar.”

3) Is België eigenlijk geschikt voor jouw sport, kan je daar genoeg uitdaging vinden.
“Toch wel en omwille van verschillende redenen: er is de toenemende populariteit van surfen op wereldschaal, beter materiaal om in koude Noordzee omstandigheden te surfen en voorts heb je de betere voorspellingen. In het buitenland kan je bijna tot op het uur voorspellen hoe hoog de golven zullen zijn en dan vliegt iedereen naar die plek. Aan onze kust spelen ook andere factoren, maar kan je toch ook al voorspellingen doen van één a twee dagen vooraf en dan weet je als surfer: als ik naar daar trek heb ik tussen 12 en 14 uur goede golven. Ook de vele webcams aan de Kust spelen daar op in. Je kan in België je techniek goed onderhouden, op niveau blijven, maar als je echt meer ervaring wil opdoen, hogere golven wil, of andere soort golven, dan moet je wel naar het buitenland trekken.”

 

Elke Vanhoof, BMX-ster

1) Hoe ziet jouw scène eruit in België?
“Veel Belgische topsporters hebben in hun jeugdjaren aan BMX gedaan. Maar voor velen was en is BMX nog altijd een springplank naar een andere wielerdiscipline of zelfs motorcross, zoals bij Sven Nys, Wout van Aert, Stefan Everts… De competitie loopt in België van eind maart tot half oktober. Voldoende getalenteerde rijders krijgen hier de kans om via Sport Vlaanderen (voorheen Bloso, red.) of Topsport Defensie van BMX hun beroep te maken. Ondanks dat BMX een minder bekende sport is in België, kan ik toch op voldoende steun rekenen. Ik ben vooral actief in de buitenlandse competentie, dus kan ik altijd rekenen op de steun van de Belgische Wielerbond, die voor vluchten, hotels en materiaal ter plaatse zorgt.”

2) Hoe overwin je je angsten om bepaalde straffe stoten te ondernemen?
“Mentaal sterk staan is noodzakelijk, want BMX is een extreme sport. En niet alleen tijdens de wedstrijd – je neemt het op tegen zeven andere BMX-ers – maar ook tijdens de trainingen moet je mentaal sterk zijn zodat je steeds jouw grenzen kan verleggen. Ik probeer me altijd op een positieve manier te gedragen. Dat helpt me om positief te denken. Met een aantal woorden pep ik mezelf op en denk ik vooral aan de afloop van de wedstrijd. Ik denk altijd aan hoe leuk ik het zou vinden als ik deze wedstrijd of angst kan overwinnen.

3) Kun je genoeg uitdaging vinden in België?
“In het circuit van Zolder staat er sinds enkele jaren een olympisch BMX-parcours. Het parcours heeft een acht meter hoge startberg en springbergen die tot twaalf meter lang zijn. Zulke parcours heb ik nodig om me goed te kunnen voorbereiden op wereldkampioenschappen en andere grote wedstrijden. In de winter is wel het moeilijk om op de BMX-parcours te trainen. Door het weer liggen die er slecht bij. Daarom probeer ik zoveel mogelijk naar het buitenland te gaan, om zo de winter deels te overbruggen. Meestal ga ik naar landen waar het warmer is zoals Frankrijk, Spanje of de Verenigde Staten. Ik hoop wel dat er in België binnenkort nog enkele olympische BMX-parcours bijkomen!”